Search This Blog

Showing posts with label scenario. Show all posts
Showing posts with label scenario. Show all posts

Thursday, 26 March 2015

Losse Gedachtes #2

In De Hemel

Mijn dierbaarste vriendin heeft me ooit verteld dat wanneer je je eenzaam voelt of niet weet waar je moet zoeken in het leven, dat je altijd naar de lucht moet kijken.
‘’In de lucht zal je nooit de antwoorden vinden’’, zei ze ‘’maar je zal altijd begrijpen wat jij betekent voor de wereld.’’
Deze uitspraak heeft ervoor gezorgd dat ik op mijn meest zorgwekkende en bittere dagen naar de hemel keek en begreep hoe insignificant mijn problemen leken ten op zichten van een groter geheel dat het in het teniet deed verdwijnen.
Juist dan op die dagen, werd mijn ademhaling regelmatig en de zorgen werden weggeheven.

Mijn jeugd verging mij springend van de ene dag naar de ander met mijn vriendin aan mijn zijde.
‘’Zie elke dag alsof je opnieuw geboren wordt.’’ sprak ze me toe, wanneer we gezamenlijk naar school liepen en in elkaars gedachtes versmolten.
En zo zag ik het ook. Elke dag alsof ik alles voor het eerst weer zag en ik voelde de kinderlijke verwondering in mijn onderbuik warm worden, wanneer ik over haar balkon naar de mensen beneden keek.
‘’Wat zie je?’’ vroeg ze dan op serieuze toon.
Peinzend keek ik haar aan probeerde me te verbeelden wat er in haar hoofd omging.
Ze nam nog een trek en haar ogen vernauwden zich, terwijl ze de rook uitblies wachtend op mijn antwoord.
‘’Insecten.’’
Vanuit haar ooghoeken zag ik hoe er rook uit haar omhooggetrokken lippen kringelden, terwijl ze me met moederlijke zorg aankeek.
Dit gaf me enige mate van vrede, maar het beklemde mij ook.
We zaten stil naast elkaar, terwijl ik onze klasgenoten richting school zag lopen. De pauze was voorbij.
De stiltes waren aangenaam, niet gedwongen noch ongemakkelijk, maar erg vredig.
Wanneer er echter gesproken werd, waren het woorden van wijsheid uit haar mond terwijl ik met stotterende stem haar probeerde te volgen en te herhalen.
Glimlachend hiel ze dan haar handen door haar haar en legde mij op rustige toon uit wat ze bedoelde en ik bleef stil luisteren.
Ze was een en al charme en elegantie wanneer ze gepassioneerd sprak. Ik tuurde soms af naar haar wilde handbewegingen die ze maakte om haar woorden kracht te geven.
En na elke monoloog was er een korte stilte waarbij ik instemmend knikte om haar verhaal nogmaals te bevestigen.
Ze glimlachte wederom moederlijk naar me en zei met een hoge stem dar we naar school moesten.

De dagen vergingen en net als haar donkere kleren en asbak, werd haar humeur grimmiger.
Met geknepen ogen keek ze om haar heen. In haar handen kneep ze de uitgedoofde sigaret plat.
Spreken was een zeldzaamheid en wanneer ze sprak was het altijd formeel met veel ‘’dank je wel’’ en ‘’het vergaat je goed’’.
Wat er in haar omging durfde ik niet te vragen.
De zachte herfstdagen vervielen een koude strenge winter. De asbak rookte als de haard, terwijl de ene sigaret na de andere werd uitgerookt aan de lippen van een nors gerimpelde voorhoofd, ik deed zo af en toe gehoorzamend mee.
De eens zo fijne stiltes waren ongemakkelijk en onwennig.
Maar ik vroeg toch niks.



Een paar weken later had ik opgemerkt dat haar vaste plek naast mij leeg was.
De gebruikelijke goede vriendin zijnde, liep ik richting haar huis en opende met gemak haar altijd openstaande deur; ze zat daar met een kop thee in de woonkamer en staarde gefronst uit het raam.
Haar handen waren verder leeg en ze rook fris.
Ik moest glimlachen.
Speels riep ik naar haar toe en we zaten stil tegen over elkaar terwijl ze kijkend door haar wimpers thee zette.
‘Bliss, bliss and heaven.’ citeerde ik mezelf voor.
Eenmaal boven zaten we tegen over elkaar en sprak ze eindelijk:
‘Je rookt niet meer?’ terwijl ze zichzelf omhulde in een grijze sluier.
Ik staarde naar haar besneden roomkleurige huid en verzuchtte: ‘’Nee.’’
Bedachtzaam vormde een rimpeling op haar blanke voorhoofd en het deed me zenuwachtig haperen naar lucht.
‘’Er zit een kinderlijke onschuld in, he?’’ bracht ik er zo zorgeloos mogelijk uit. Ik stond op, liep heen en weer en draaide op mijn hielen met ogen vol licht.
‘’Laatst zag ik een hart.’’ en ik legde suggestief mijn hand op mijn borst. ‘’Waarschijnlijk klaargelegd voor een donor, het werd kunstmatig in leven gehouden.’’
De rimpel vernauwde zich en met getuite rode mond bedekte ze zichzelf weer in een grauwe sluier van as.
Ik ging door: ‘’Ik hield mijn adem in en probeerde het ritme te volgen van de hartslag, het ging moeizaam, maar uiteindelijk lukte het.’’ een verdwaasde glimlach verscheen op mijn mond en ik verschoof de gekrulde zwart krul die voor mijn oog bungelde.
‘’Op dat moment merkte ik opeens een warm gevoel, die ik alleen kan associëren met moederlijke liefde, begrijp je?’’
Ze snoof. ‘’Moederlijke liefde met een orgaan.’’
‘’Ja.’’
Ze knikte instemmend en keek naar de lucht. Nog voordat ik haar weerwoord kon geven, nam ze een pakje uit haar zwarte mantel en reikte het aan.
En nog voor ik er met mijn volle verstand bij was, reikte ik mijn hand uit.

Niet vele dagen later was ze verdwenen.
Haar ouders hadden mij opgebeld en ik kwam zo snel mogelijk aan. De zoektocht duurde niet lang aangezien ik wist waar ik moest kijken.
Ik rende met snelle tred naar het bovenste gedeelte van het huis en zakte op de bovenste tree in elkaar met mijn hoofd tegen de muur en de ogen geworpen naar de hemel.
Vaag in de verte kwam mij een bekende rooklucht tegemoet.

De hemel was grijs, mijn tranen zwart en haar lichaam bleek.

Losse Gedachtes #1

In het leven is er niks wat enger en meer intimiderend is dan jezelf de wereld in te werpen en te kijken wat de reacties zullen zijn op jouw positie.
Niet alleen brengt het heel veel onzekerheid met zich mee, maar de dood die als een geduldige vriend op je wacht, doet mij des te meer realiseren hoe weinig tijd ik heb om mezelf te realiseren.
Daarnaast word ik diep ongelukkig van de tijdsnood, die mij dwingt tot handelen en daarentegen de omgeving die je maar in bepaalde richtingen duwt, de illusie gevend dat je enige mate van vrijheid bezit.

Kafka heeft ooit het volgende gezegd: ‘’I have the true feeling of myself when I am unbearably happy unhappy.’’

Waarin begrip voor de omgeving uitmondde in diepe droefenis wegens bedrukking en machteloosheid, maar daarnaast de noodzaak van de wisselwerking waarbij je je eigen vrijheid moet invullen en deze machteloosheid ter hand moet nemen.
Dacht ik eens de begripvolle zuster te zijn uit zijn Metamorfose, was ik eigenlijk het ongedierte zelve te midden van andere ongedierte, die of niet bewustzijn van hun insect-zijn of het wensen te negeren.
Ze krioelen en naderen mij, wanneer ze kwijlend langs en over elkaar heen kruipen.
Wanneer hun takvormige armen verstrengeld raken in elkaar om een paringsdans of iets in die trant voor te stellen, kauw ik op mijn eigen armen, niet in staat om ook maar de illusie op te kunnen wekken mijn lichaamstemperatuur aan de ander aan te passen.
Zo ook zit ik opgesloten in mijn insectenpantser van diep ongeluk.
Nu en dan steek ik mijn hoofd naar buiten, maar de geur van de over elkaar wrijvende schilden branden mij in de neus.
Durf ik toch mijn intrede te doen in hun insectenlegioen, dan is hun eigen gedaante diep verborgen.

Onlangs was er echter sprake van een gesprek, die, zo dierlijk als ik toen was, werd uitgelokt met snoep en verwennerij.
En naarmate onze kelen niet enkel gezoem en gepiep lieten horen, maar menselijk geluid, zo scheen het dat ik een glimp van menselijkheid had gezien in de ander.
Zowaar lukte het mij om kilo’s lichter te worden, na uit het verduvelde insectenpak gestapt te zijn.
Mijn onwennige keel deed pijn door de frisse buitenlucht die nieuw leven in mij blies.
Met nieuwe ogen keek ik de wereld tegemoet en ik voelde de warmte van andermans blik door mijn schedel dringen en opvlammen in het binnenste van mijn breinmassa.
Het eerste wat ik uit kon brengen was: ‘’La vie, c’est pas souffrir.’’
Mijn zintuigen dwaalden meteen af naar de koude pantsers die zich een weg baanden om en door elkaar heen.
En zo werd de vlam in mij des te groter om de pantsers te doen verbrijzelen.
En zo deed ik dat ook.
Ze kraspten heerlijk open als knarsende herfstbladeren op een koude oktoberdag.
En op dat moment knapte er ook iets in mij.

De dubbelzinnigheid van het bestaan werd me opeens duidelijk en met elk gebroken insectenhuid werd de dubbelzinnigheid groter en scherper dan ooit.
Er was op dit moment niks moeilijker dan door iemand heen te kijken en te begrijpen dat ook zij zoals jij in massale groepen de wereld in waren geworpen, gedwongen om te leven.

‘’In elk mens heeft ooit een levenskunstenaar gezeten,’’ gonsde er door mijn hoofd,
maar zonder het zelf te weten beschermde ze zichzelf voor henzelf.’’ maakte ik de zin hardop af.
Gebroken en in diggelen was men naakt.
De ogen werden afgewend en ze beschermden met hun handen de roosgekleurde gezichtsuitdrukkingen.

De mens is volwassen geworden.


Parodie Sociaal-Realisme op Gorki

De leerling

Door: De Bittere

Gebukt onder misère met zijn ogen geworpen op de grijze hemel sjokt onze held richting huis om dezelfde maaltijd te nuttigen als de afgelopen drie dagen. 
De spieren stijf van slaaptekort en de vingers vies van de as en het roet sluit hij dicht tegen de groep somber kijkende leerlingen aan. Hun schouders hangen omlaag, diep in de kragen verscholen en met zware tred verzetten ze de ene voet na de andere hierbij een diep spoor achterlatend in de grijze natte sneeuw.
De school braakt met veel stoom de leerlingen uit, die na hun machinale functie vervuld te hebben terugkeren om de volgende dagen deze functie opnieuw te vervullen. 
Geïrriteerd en minachtend gebrom is te horen te midden van de leerlingen, nadat ze hun hoofden wegdraaien van de laatste bel, die scherp te horen is als indicatie van hun tijdelijke vrijheid.
De dag is voorbij en de zon gaat langzamerhand onder en terwijl dit gebeurt verandert het geïrriteerde gebrom in warm geroezemoes.
De schoolbanken hebben de energie van onze scholieren weggezogen en met bezwete voorhoofden tonen ze blijmoedig en hongerig elkaar hun glimmende tanden druipend van het kwijl. Het avondmaal kan genuttigd worden.
Na vele jaren intensieve arbeid, hebben de meesten scholieren er vrede mee gesloten dat er geen ontkomen aan de zware onderdrukking van de docenten is en dat elke stap die ze nemen om de dag tot een eind te brengen, een stap dichter bij het graf is.
Op enkele dagen echter, wordt de met Axe volgespoten mannenkleding vervangen door een net pak en krijgen de vrouwelijke scholieren de gelegenheid om hun haar los en charmant krullend te dragen.
De jaren in de schoolbanken hebben onze held beroofd van zijn eetlust en zin tot drank, maar wanneer die lust eenmaal werd aangewakkerd door de soms gunstig gezinde docenten, dan konden de scholieren de door woede brandende magen blussen met alcohol op eindfeesten.
Andere dagen, buiten de school om spreken de leerlingen op serieuze toon met elkaar. Nooit afwijkend van de cijfers en datgene wat zich het meest prominent manifesteert in hun bestaan: de fysieke inspanning die dag in dag uit geleverd moet worden aan de grootbuikige schooleigenaren.
Zelden doorbreekt een glimlach hun monotone manier van spreken. En wanneer dit gebeurt, is het de agressie die zich thuis afspeelt tegen de jongere broer of zus dan wel de ouders die het wagen te vragen hoe hun dag was.
En deze levenswijze volgt de volgende generatie als een schaduw achterna, onlosmakelijk verbonden met henzelf.
En na zo vijfenzestig jaar geleefd te hebben, sterft men de gelukkige scholierendood.
Zo ook zou onze held geleefd hebben, als trouwste werker van de school.
Hij is het knapst, het sterkt en het meest intelligent. Desondanks in zichzelf gekeerd en respectloos tegenover elk gezag. 
Zo gebeurt het op een dag dat hij toevalligerwijs een humeurige medescholiere tegenkomt die een snauwende opmerking maakt betreffende zijn kledingdracht.
Scherp en oneerbiedig als hij is, bijt hij deze nors kijkende dame van zich af, maar waarvan hij zich niet los weet te wrikken. is het idee van de onderdrukking dat hem is aangepraat.
Zie je, vroeg hij zo zichzelf, het is niet alleen ik die zo gekleed is en gebukt gaat onder het regime van de school. Het is het ook de medescholiere zelve die haar frustratie uit door haar tekort aan voldoening, aangezien iedereen en allen hetzelfde is gekleed. In de Abercrombie en Fitch mode.
En zo valt hem de ene nors kijkende scholier op na de ander, de scholieren die als een groep wolven klaar zijn om het gezag omver te werpen.
Onze held weet vanaf dit moment wat hem te doen staat.
Hij zal  zich ontrukken aan de schaduw die hem als achttien jaar lang volgt. Deze keer zal hij de school tonen wat het betekent om gezamenlijk het goud te onttrekken van de leraren en als een gezamenlijk genootschap erboven op te zitten.
Zo is er een vuur in hem aangewakkerd, waarna hij zich een weg baant door de dikke pak sneeuw en met gestrekte armen tot de grijze hemel roept:
‘Kameraden. . .’ hij is nog maar net begonnen met zijn zin of de medescholieren pakken hun mobiele telefoons om het spektakel te filmen.
De moed zakte hem in de schoenen en hij laat zijn schouders zuchtend omlaag hangen, diep in de kraag verscholen en met zware tred verzet hij zijn ene voet na de andere, hierbij een diep spoor achterlatend in de grijze natte sneeuw.






Sunday, 6 July 2014

Short film scenario: 'Red Lines'







Red Lines
Sara Rahimi
















Copyrights 2014
Sara Rahimi










1.Op het dak.- Namiddag

Xavier (27) een man van eind 20. Hij heeft een mager postuur, lang haar valt voor zijn ogen en hij heeft een ingevallen gezicht.
Hij staat op het dak van een vervallen gebouw.
Het is een koude herfstdag. Hij draagt enkel een dun shirt, op zijn armen zijn blauwe plekken te zien.
Hij loopt heen en weer. Over de reling ziet hij dat hij op 5 verdiepingen hoog staat.
Hij lacht en draait zich om en beweegt langzamerhand terug naar de reling.
Hij fluistert zachtjes in zichzelf:
’10 verspilde jaren.’ Hij draait zich om en loopt terug naar het begin van de reling.
‘3 kapotte relaties.’ Hij draait zich om en loopt verder.
Hij lacht. ‘5 dode goudvissen.’
Hij stopt en kijkt naar beneden. Glimlachend sluit hij zijn ogen.

‘Maar één sterveling minder.’ fluistert hij en laat zijn voet over de reling gaan.
Het wordt zwart en je hoort een hard dof geluid.  

2. In het verlaten gebouw.- Tijdstip niet duidelijk. (Waarschijnlijk middag.)
Xavier ligt op de koude vloer en hij staat op.
Hij is gekleed in het wit.
Hij loopt de ruimte in en kijkt verdwaald om zich heen.
De grond is bezaait met rode draden en spijkers die zig zag door elkaar heen lopen.
De spijkers zijn de grond in geslagen en rode draden zijn gespannen aan de top.
Deze draden lopen in elkaar over, maar zijn niet verstrikt.
Hij hoort geluid.
Hij loopt ernaartoe en ziet een gestalte spijkers uit de grond trekken met een hamer.
Enkel de rug is zichtbaar, hij is eveneens in het wit gekleed.  

X
Hallo?

Hij loopt naar voren.

X
Hallo? (nu harder)Zou je me kunnen helpen? Ik weet niet wat dit is, waar dit is.

Hij raakt de rug aan van het gestalte.
Het gestalte draait zich om.

Yvan (ook 27) lijkt qua postuur en gezichtsvorm enorm op Xavier. Het enige verschil is de kleur.
Y heeft wit haar, grijze ogen en een bleke huid. Hij zit op de grond spijkers uit te trekken uit de harde vloeren. Om de spijkers zijn lange stukken rood touw gespannen. Ze lijken van ver te komen en zelfs het gebouw uit te lopen.

X verstijft en zijn ogen worden groot en het zweet staat hem op de voorhoofd van schrik.
X
Wát ben jij?
De trillingen in zijn stem zijn te horen.

Y merkt hem op en glimlacht in zijn richting. Hij heeft een warme uitstraling.
Hij trekt een spijker uit de grond en geeft een ruk aan de rode draad.
X zakt opeens in elkaar van pijn en begint te schreeuwen.
Y kijkt naar X die op de grond vergaat van de pijn.
X kijkt vol woede naar Y.
Y pakt de hamer en slaat een spijker in de grond.
Uit zijn zak haalt hij wat zilverkleurig draad en spant deze om de spijker
De uiteindes worden gebonden met het afgebroken stuk rode draad.

Y staat op en loopt naar X, bij wie de pijn is verdwenen.
X kijkt en zwijgt, hij begrijpt niks van de situatie.

Y

‘Verdween je maar in de stof waaruit je geschapen was, dan had ik mijn handen niet zo vol aan je.’
X

‘Waar heb je het over? Wat zijn die draden? En wat was die pijn? Ik wil nú antwoord.’

Y pakt X bij de arm en beiden staan ze op.
Y loopt naar het raam gevolgd door X, die hem voorzichtig achternaloopt.
Ze kijken uit het raam. Ze zien een koppel. Beiden hebben een lange draad aan hun schoenen hangen. De draad ligt in een knop tussen hen beiden.
Y
‘Het menselijk leven is erg makkelijk in elkaar te verwikkelen. Je hoeft enkel een hamer te pakken, op strategische plekken wat spijkers in te slaan en de roden draden. Ach, de rode draden. Die doen de rest.’

X kijkt verwonderd naar het stel en naar de draden die overal lijken te liggen.

X
‘Wat zijn dat?’

X wijst naar de spijkers in de vloer en de rode draden.

Y draait zich niet om meteen begrijpend wat X bedoelt.

Y

‘Dat is je begin en eindpunt. Jouw oerknal en jouw supernova.’

X
‘Mijn supernova?’


Y

‘Dat is waaruit ik of eerlijk gezegd de ik die in jou zit, het leven bepaalt. Van begin tot eind. Van oerknal tot gedoofde ster.’

X
‘Jij bent mij?’
Y

‘Nee. Enkel een deel. Het egoïstische verlangende deel, dat wil voorkomen dat je niet doet wat je wilde doen.
Dat was niet wat ik, of eerder jij wilde.’

X
‘Wat bedoel je? Wat wilde ik niet?’
Y
‘Ik bedoel de dood. Dat wil jij niet. Ik wil dat niet.
Ik moest noodgedwongen een naald uit de grond trekken die er niet uit moest.
Jij hoort niet dood te gaan, X. Wij horen te leven. Dat is hoe de draden lopen.’

X
‘Ik hoor niet dood te gaan zeg je? Wat als ik dat nu zelf wil? Wat als de verdomde draden van jou mogen verbranden voor mijn part?’

Y
‘Daarom ben ik hier. Toon me je verlangen. Laat me zien hoe graag je het wilt. Jij en niet een ander die jou zijn wil toeschrijft. ‘

Y drukt de hamer in de handen van X die er wazig naar staart.

Y
‘Trek ze eruit. Langzaam. Let erop. Wel langzaam, anders doet het pijn.’

X kijkt in de richting van de zilveren draad dat van hem is. Verbonden met de rode draden van de mensen die hij ooit had ontmoet.
Hij denkt terug aan zijn leven.
Zijn jeugd vol ruziënde ouders.
Zijn schoolleven waarin hij alleen was.
Zijn relaties die uitliepen op vreemdgaan of die hem verlieten.
X’s tranen druppelen op de hamer.
Hij haalt diep adem en kijk naar Y die hem toelacht.
Langzamerhand legt hij de hamer weg en kijkt naar de enorme knoop.
Hij gebruikt zijn vingers om de knopen eruit te halen.
Langzamerhand komt de zilveren draad los van de rode draad totdat hij los is van de rest.
Hij stapt achteruit en kijkt naar Y.
Met rode ogen glimlacht hij naar Y.
Alles vervaagt naar zwart.







3.Op het dak- avond.

X wordt wakker op het dak, ver van de reling af.
Zijn blauwe plekken zijn verdwenen en hij stopt even om zich te herinneren wat er was gebeurt.
Hij tuurt vanaf de reling naar beneden en ziet de hoe hoog de 5 verdiepingen zijn.
Snel maakt hij zich uit de voeten en loopt voldaan weg van de reling.

Er wordt ingezoomd op de rode draden die aan zijn gympen losjes bungelen.