Search This Blog

Showing posts with label nederlands. Show all posts
Showing posts with label nederlands. Show all posts

Sunday, 13 September 2015

Empirisme vs Rationalisme


Als liefhebber van Plato neig ik ernaar de rationele weg de voorkeur te geven, omdat Socrates gelijk heeft dat de vergankelijke wereld een schijnbeeld van zekerheid kan opwekken bij de individu. Denk hierbij aan een stok die je in het water steekt, waarna een deuk in de stok gevormd wordt. In wezen is de stok recht en door te rationaliseren kom je logischerwijs ook op die conclusie.  
Ik betwijfel het bestaan van een Ideeënwereld die hij poneert, maar wat ik niet kan ontkennen aan het denkvermogen van de mens is dat wij inderdaad de gewenning hebben om waarneembare zaken te bestempelen met diverse labels. Iets is Goed, iets is Mooi, iets is Rechtvaardig, enz.  
Wat de reden hiertoe ook moge zijn, deze begrippen worden in het alledaagse leven gehanteerd, om een referentiekader te vormen voor ons wereldbeeld, hoewel je het Goede of het Mooie of het Rechtvaardige niet als op zichzelf staande begrippen kan aanwijzen.  
Plato heeft in de abstracte zin van ons waarnemen zeker gelijk, zou ik zeggen. De Ideeën bestaan, zij het niet enkel in ons hoofd dat enkel in ordeningen kan nadenken.  
De empiristen daarentegen hebben een aards beeld over de werkelijkheid en kunnen op die wijze een hogerstaande werkelijkheid afwijzen, waardoor de focus ligt op datgene wat het meest prominent aan ons voorhanden ligt, namelijk de materie en de werking daarvan.  
Het nadeel van deze methode is echter wel dat je enkel kan redeneren tot aan het beginpunt van de potentieel waarneembare werkelijkheid (denk aan The Big Bang) en tot aan de begrenzing ervan, waardoor je vastzit in een kader van zintuigelijke waarnemingen. 
Voor de empirist die een oorzaak der allen dingen afwijst, zal dit geen probleem vormen en zal hij genoegen nemen met die kader van de werkelijkheid.  
Echter voor de rationalisten in de wereld, die de beweegreden en oorzaak der ontstaan van dingen willen kunnen begrijpen, is dit niet voldoende. Dit ongenoegen noemde Plato al in de Phaedo 
Tot gevolg dat wellicht de natuurkundige wetenschap volledig wordt afgewezen om een andere richting tot onderzoek te nemen.  

(Zie citaat) 
''Ik zou heel graag in de leer gegaan zijn bij om het even wie die me kon leren hoe het met zo'n oorzaak gesteld is. Maar die oorzaak bleef me verborgen: ik was niet in staat ze zelf te ontdekken en kon ze evenmin van anderen leren. (d) En zo heb ik dan bij het zoeken naar een oorzaak het over een andere boeg gegooid.'' 

Goed, we hebben dus twee uitersten geconstateerd in het dialoog. Eentje van het ultiem empirisme dat enkel de oorzaken van de werkelijkheid op zich behandeld, dat wil zeggen een descriptieve uitleg van de wereld, dat enkel zover gaat als de waarneming toelaat.  Vervolgens eentje die de wereld omvat in een weerspiegeling van een absolute werkelijkheid, wat men rationalisme noemt.  
De voorkeur die ik geef baseer ik op het idee dat er in beide ideeën een kern van waarheid existeert, dat zichzelf op een dusdanige manier moet ontwikkelen waardoor de botsing opgeheven wordt.  
Het empirisme bakent de werkelijkheid wegens natuurkundige principes af, wat logisch is wanneer je realiseert dat de mensheid zelf deel uitmaakt van die genoemde werkelijkheid. Ik zie het als gegeven dat wij binnen deze vier muren van waarneming gelimiteerd zijn om kennis te hebben over de zaken zoals ze op zich zijn. Bestaan in deze wereld staat gelijk aan deel uitmaken van deze wereld. Het overstijgen is lastig en misschien onmogelijk, want hoe hard we het proberen ook aan ons gelden de natuurkundige wetten.  
Maar daarentegen beschikt de mensen over een rijk, die zich wellicht ontleent aan de empirische werkelijkheid, maar zich niet ertoe limiteert.  
De fantasie. Een plek die ik zie als broedplaats voor de nieuwsgierigheid, waardoor de mens zich aan het dierlijke onttrekt en vormgeving geeft aan zijn individu.  
En in hier meen ik dat de rationaliteit het meest te pas komt. Het empirisme mag dan wel de werkelijkheid in formules en descripties beschrijven, het rationalisme verfijnt het op een dusdanige manier dat het aan de mens een reflectie vormt van zijn positie in de wereld en hoe hij ermee om kan gaan.  
Twee methodes die gepaard moeten gaan om ons te helpen bestaan.

Tuesday, 4 August 2015

De Stoa

De Stoa. Een filosofische stroming die de weerspiegeling was van het hedonisme van Epicurus. 
Een stroming waarin de ratio menner was van de paarden der verlangens. 

Ik schrijf dit stuk omdat het me pijn doet hoe negatief geladen het beeld is van de Stoa. Machinaal en pragmatisch, waarin menselijke emoties verdrukt worden tot het niets.  Nee, ik betoog juist dat de filosoof Seneca een helder beeld had van de menselijke gewenning en gewoontes, van onze gevoelens, verlangens en idealen. Teleurstelling en zelfverwijt.

Het eerste probleem waar we mee te maken hebben is de menselijke interpretatie. Vaak een zegen, wat de sociale interactie bevordert.
Echter wanneer we te maken hebben met oude denkbeelden, wereldbeeld en ladingen die de woorden hebben, moet ik grijpen naar de filosoof Wittgenstein, die het volgende meende: Woorden zijn niet enkel woorden die sociale interactie bevorderen, ze kunnen ook scheidend werken. De mens is in zijn opvoeding geprikkeld met de betekenis achter elk woord, of het nu concreet of abstract is. Maar aangezien we de mens als individu moeten nemen, is het meer dan logisch te concluderen dat hetzelfde begrip bij twee individuen een verschillend beeld opwerkt in de hersenen. Zo kan men over hetzelfde praten in de materiële wereld, maar is de abstracte wereld met zijn gedachtes bij totaal iets anders, waardoor miscommunicatie plaatsvindt.  Natuurlijk zijn we ons hier niet bewust van, omdat we menen hetzelfde begrip te hanteren. 
Dit is wat ervoor kan zorgen dat de Stoa als zielloos en machinaal geïnterpreteerd kan worden. Plaatst men het in de context, van tweeduizend jaar geleden, dan behaalt hij helder inzicht.
Want het is in deze maatschappij waarin men het neo-romantieke beeld van gevoelens niet kent, gevoelens die wij als muze van de  bohème zien.  Romantisch en menselijk, emoties die naar buiten gedragen moeten worden om onze individualiteit te bestempelen.  
Nee, dit is niet hoe men ernaar behoort te kijken. De Romeinse maatschappij was een maatschappij waarin sociale interactie het vaste principe was. Indivualiteit kende men niet omdat men deel was van het groter geheel, de Staat.
En voordat dit dystopische beelden van  Big Brother opwekt, realiseert u zich dat men de de Staat zag als speelruimte, als mogelijkheid tot zelfverwerklijking.
Dánkzij de maatschappij ben je wie je bent, dankzij de staat en de existentie van de ander heb jij een reden om elke ochtend op te staan en je in te zitten voor het leven.
Immers zoals Seneca zegt:

"Als we alle sociale interactie opgeven en breken met de mensheid, als we enkel en alleen leven voor onszelf, zitten we in een isolement dat geen enkele betekenis meer heeft. Met als gevolg dat we ook niks zinvols te doen hebben." 
-Seneca, Innerlijke Rust, blz.25

Op die wijze moet je de Romeinen zien als een onderdeel van de staat, mensen die constant in de gemeenschap leven en de druk ervaren van het handelen. Niet per se altijd direct voor de ander, maar wel op een zodanige wijze dat je nuttig bent voor zowel je zelf en de staat. En in die interpretatie van vrijheid zit de Stoa verscholen. Niet in onze neo - romantische beeld die enorm beïnvloed is door het existentialisme. Ik meen dus dat Seneca op een meta-niveau naar emoties kijkt en met zijn Romeinse beeld ontevreden is over de zaak. Net als veel andere Romeinen dat waren, waar ik ze geen ongelijk in kan geven. 
En ja, ongelijk kunnen we hem niet geven als we naar deze interactie kijken tussen mens, staat en innerlijke rust. Hevige emoties kunnen dan zeker averechts werken.
Seneca echter ontkent de relevantie van de emoties niet, maar soms kan men zich verliezen in zichzelf en de kijk op de zaak volledig achter laten.
Je mag zelfs je emoties ontarmen, omdat ze deel van je zijn, maar, let op, net als een schip op zee zijn er tijden waarin je in de storm je heldere verstand verliest en wild gaat handelen, terwijl juist dan je boven de storm moet stijgen om jezelf en de bemanning te redden.

Overigens is de moderne maatschappij vervallen in een soort hippie stadium, waarin verzet tegen elk vorm van discipline en richtlijnen gezien wordt als een beperking van de vrijheid, terwijl de opvatting hiervan onjuist is.
Niet is het beheersen van je emoties een beperking van de vrijheid, niet is het kunnen rationaliseren van je bestaan een beperking van vrijheid, niet is het willen zin geven aan je bestaan een beperking.
Ja, we gaan uiteindelijk allemaal dood (een vaak gebruikt argument), discipline en orde en handelen hebben dus geen zin.
Goed, nou en? 
Wil dat zeggen dat ik mijn bestaan de prullenbak in moet werpen? Wil dat zeggen dat ik moet ontkennen dat mezelf moet vervolmaken? Wellicht wel, maar dat doe ik niet. En wel om deze inspirerende uitspraak van Seneca:

"Niet durven doen wat je wilt of niet bereiken wat je wilt, blijven hopen en daar helemaal in opgaan. (...) Ja, zo krijg je mensen die hun eigen vrijheid haten. (...) En wat krijg je dan? Reizen zonder duidelijk doel, mensen die de kusten afzakken, nu eens over zee dan weer via land. (...)
Zoals Lucretius het zei:

"Op die manier vlucht ieder voor zichzelf."

We moeten dus beseffen, niet de locaties zijn ons probleem maar wijzelf. Wij zijn niet sterk genoeg om alles vol te houden. We kunnen niet langdurig tegen hard werk of leuke dingen of one zelf of wat dan ook. (...) door vaak van plan te veranderen kwamen ze weer uit op hetzelfde en hadden ze dus geen ruimte meer voor iets nieuws. Zo kregen ze weerzin van het leven, tegen de hele wereld, en rees bij hen dat decadente gevoel: "Meer van hetzelfde...Hoelang nog?"

En aangezien de wereld onze speelruimte is, onze enige kans misschien om iemand te zijn. Niet omdat het zinvol is voor de wereld,  of fuck it, zelfs voor de Staat of de Ander.
Nee, het gaat erom dat wij onszelf in dermate in waarde achten dat we onszelf en de zinloosheid ontarmen en kunnen inzien, ik mag elke kant opgaan die ik wil, want stilstaan kan ik ook na de dood. 

Tuesday, 30 June 2015

Contemplation During a Lonely Night


''Il y a des jours où Dieu est si loin, qu'il semble absent''
There are days where God is so far that he seems absent
-Simone de Beauvoir

Unfortunately for me He never felt present. Fortunately maybe, however that's hard to tell on days where you feel like a raindrop falling from far only to be hit by the solid cold ground.
Never have I felt more alone, than realising that growing up doesn't mean solely growing up as a child, but mentally as an adult.
God would be the father figure making sure that all goes well, that I am safe.
For now I feel like I'm an orphan of life. Nothing seems to satisfy me in the slightest. Even worse, I feel empty and joyless. Sucked and drained, but most of all I am afraid.
I barely have enough energy to enjoy anything, but just enough to spend my nights contemplating and worrying. Wasteful nights if you ask me.
Some people weren't made for human interaction, I think I'm part of them,
I never am more confronted with my loneliness and angst than in the middle of the joyful crowd.
I know that escaping and isolation are meaningless, but what else is there in life?
I believe that's indeed what we see as growing up and facing the challenges of a possibly meaningless and empty life, yet giving our all to it.
Amusing if you ask me, for I can't judge whether that's genius madness or mental madness.
Even now as I am writing I can finally sense a form of peace overwhelming me; I am safe.
It has the same cosy feeling I had when mother would hug me tightly before going to sleep, the same warmth, the same isolation inside my own little world.
Growing up is leaving the safe spot from mother's nest and moving on to sharing the bed with a dozen strangers at the off chance that one might be the one for you.
Is it bad? No of course not, for who is there to judge you and your choices?
To say what is right from wrong, to comfort you when you spend your nights crying and seeking for some kind of answer to your ignorance of life.
I sense a balance between not caring at all, very nihilistic of course and on the other side a lot of fear for the unknown. Fear for mistakes I might never forgive myself.
Indeed, there is no God to judge me, but that makes it worse because I know myself.
There where He would give me comfort and salvation, I would never forgive myself. Not because I am perfect, but because I would not be able to look myself in the eyes and see nothing but filth.
And suddenly I would lose my touch for existence, because I apparently never knew what it meant to be alive as I indeed made those mistakes.
They haven't happened yet, but this would indeed be how I would reason with myself.

Oh desperate times, lovely lonely times.
Please world, leave me at rest and I will never provoke you again. I too bear fault at being curious, but not being able to forsee and accept the consequences of my childish curiosity.
Eventhough I am very doubtful in terms of morality, I can't forgive myself for seeing the world and its people as my toys any longer.
I used to be nihilistic and an opportunist, only using the world to satisfy my own needs, but even that doesn't work as much as it should.
Therefor my subconsciousness only desires punishment of the Self.
Egocentric behaviour should be considered as a lonely act, therefor damned to a lonely existence.
And honestly, loneliness has never sounded more liberating.

Sunday, 7 June 2015

Sunday, 6 July 2014

Short film scenario: 'Red Lines'







Red Lines
Sara Rahimi
















Copyrights 2014
Sara Rahimi










1.Op het dak.- Namiddag

Xavier (27) een man van eind 20. Hij heeft een mager postuur, lang haar valt voor zijn ogen en hij heeft een ingevallen gezicht.
Hij staat op het dak van een vervallen gebouw.
Het is een koude herfstdag. Hij draagt enkel een dun shirt, op zijn armen zijn blauwe plekken te zien.
Hij loopt heen en weer. Over de reling ziet hij dat hij op 5 verdiepingen hoog staat.
Hij lacht en draait zich om en beweegt langzamerhand terug naar de reling.
Hij fluistert zachtjes in zichzelf:
’10 verspilde jaren.’ Hij draait zich om en loopt terug naar het begin van de reling.
‘3 kapotte relaties.’ Hij draait zich om en loopt verder.
Hij lacht. ‘5 dode goudvissen.’
Hij stopt en kijkt naar beneden. Glimlachend sluit hij zijn ogen.

‘Maar één sterveling minder.’ fluistert hij en laat zijn voet over de reling gaan.
Het wordt zwart en je hoort een hard dof geluid.  

2. In het verlaten gebouw.- Tijdstip niet duidelijk. (Waarschijnlijk middag.)
Xavier ligt op de koude vloer en hij staat op.
Hij is gekleed in het wit.
Hij loopt de ruimte in en kijkt verdwaald om zich heen.
De grond is bezaait met rode draden en spijkers die zig zag door elkaar heen lopen.
De spijkers zijn de grond in geslagen en rode draden zijn gespannen aan de top.
Deze draden lopen in elkaar over, maar zijn niet verstrikt.
Hij hoort geluid.
Hij loopt ernaartoe en ziet een gestalte spijkers uit de grond trekken met een hamer.
Enkel de rug is zichtbaar, hij is eveneens in het wit gekleed.  

X
Hallo?

Hij loopt naar voren.

X
Hallo? (nu harder)Zou je me kunnen helpen? Ik weet niet wat dit is, waar dit is.

Hij raakt de rug aan van het gestalte.
Het gestalte draait zich om.

Yvan (ook 27) lijkt qua postuur en gezichtsvorm enorm op Xavier. Het enige verschil is de kleur.
Y heeft wit haar, grijze ogen en een bleke huid. Hij zit op de grond spijkers uit te trekken uit de harde vloeren. Om de spijkers zijn lange stukken rood touw gespannen. Ze lijken van ver te komen en zelfs het gebouw uit te lopen.

X verstijft en zijn ogen worden groot en het zweet staat hem op de voorhoofd van schrik.
X
Wát ben jij?
De trillingen in zijn stem zijn te horen.

Y merkt hem op en glimlacht in zijn richting. Hij heeft een warme uitstraling.
Hij trekt een spijker uit de grond en geeft een ruk aan de rode draad.
X zakt opeens in elkaar van pijn en begint te schreeuwen.
Y kijkt naar X die op de grond vergaat van de pijn.
X kijkt vol woede naar Y.
Y pakt de hamer en slaat een spijker in de grond.
Uit zijn zak haalt hij wat zilverkleurig draad en spant deze om de spijker
De uiteindes worden gebonden met het afgebroken stuk rode draad.

Y staat op en loopt naar X, bij wie de pijn is verdwenen.
X kijkt en zwijgt, hij begrijpt niks van de situatie.

Y

‘Verdween je maar in de stof waaruit je geschapen was, dan had ik mijn handen niet zo vol aan je.’
X

Waar heb je het over? Wat zijn die draden? En wat was die pijn? Ik wil nú antwoord.’

Y pakt X bij de arm en beiden staan ze op.
Y loopt naar het raam gevolgd door X, die hem voorzichtig achternaloopt.
Ze kijken uit het raam. Ze zien een koppel. Beiden hebben een lange draad aan hun schoenen hangen. De draad ligt in een knop tussen hen beiden.
Y
‘Het menselijk leven is erg makkelijk in elkaar te verwikkelen. Je hoeft enkel een hamer te pakken, op strategische plekken wat spijkers in te slaan en de roden draden. Ach, de rode draden. Die doen de rest.’

X kijkt verwonderd naar het stel en naar de draden die overal lijken te liggen.

X
‘Wat zijn dat?’

X wijst naar de spijkers in de vloer en de rode draden.

Y draait zich niet om meteen begrijpend wat X bedoelt.

Y

‘Dat is je begin en eindpunt. Jouw oerknal en jouw supernova.’

X
‘Mijn supernova?’


Y

‘Dat is waaruit ik of eerlijk gezegd de ik die in jou zit, het leven bepaalt. Van begin tot eind. Van oerknal tot gedoofde ster.’

X
‘Jij bent mij?’
Y

‘Nee. Enkel een deel. Het egoïstische verlangende deel, dat wil voorkomen dat je niet doet wat je wilde doen.
Dat was niet wat ik, of eerder jij wilde.’

X
‘Wat bedoel je? Wat wilde ik niet?’
Y
‘Ik bedoel de dood. Dat wil jij niet. Ik wil dat niet.
Ik moest noodgedwongen een naald uit de grond trekken die er niet uit moest.
Jij hoort niet dood te gaan, X. Wij horen te leven. Dat is hoe de draden lopen.’

X
Ik hoor niet dood te gaan zeg je? Wat als ik dat nu zelf wil? Wat als de verdomde draden van jou mogen verbranden voor mijn part?’

Y
‘Daarom ben ik hier. Toon me je verlangen. Laat me zien hoe graag je het wilt. Jij en niet een ander die jou zijn wil toeschrijft. ‘

Y drukt de hamer in de handen van X die er wazig naar staart.

Y
‘Trek ze eruit. Langzaam. Let erop. Wel langzaam, anders doet het pijn.’

X kijkt in de richting van de zilveren draad dat van hem is. Verbonden met de rode draden van de mensen die hij ooit had ontmoet.
Hij denkt terug aan zijn leven.
Zijn jeugd vol ruziënde ouders.
Zijn schoolleven waarin hij alleen was.
Zijn relaties die uitliepen op vreemdgaan of die hem verlieten.
X’s tranen druppelen op de hamer.
Hij haalt diep adem en kijk naar Y die hem toelacht.
Langzamerhand legt hij de hamer weg en kijkt naar de enorme knoop.
Hij gebruikt zijn vingers om de knopen eruit te halen.
Langzamerhand komt de zilveren draad los van de rode draad totdat hij los is van de rest.
Hij stapt achteruit en kijkt naar Y.
Met rode ogen glimlacht hij naar Y.
Alles vervaagt naar zwart.







3.Op het dak- avond.

X wordt wakker op het dak, ver van de reling af.
Zijn blauwe plekken zijn verdwenen en hij stopt even om zich te herinneren wat er was gebeurt.
Hij tuurt vanaf de reling naar beneden en ziet de hoe hoog de 5 verdiepingen zijn.
Snel maakt hij zich uit de voeten en loopt voldaan weg van de reling.

Er wordt ingezoomd op de rode draden die aan zijn gympen losjes bungelen.