Search This Blog

Showing posts with label life. Show all posts
Showing posts with label life. Show all posts

Wednesday, 4 May 2016

Reflectie op Feminisme in het Midden-Oosten

Zoals wij weten is vrouwenonderdrukking een groot probleem in het Midden Oosten. Reacties daarop vanuit het Westerse ideaal van gelijkheid zijn echter niet afdoende om de problemen aldaar op te lossen. Dat heeft te maken met de aard en oorsprong van die onderdrukking. Ik zal dat duidelijk proberen te maken aan de hand van de situatie in Afghanistan, waar dit probleem het sterkste speelt. Ik zal beginnen door te schetsen welke ontwikkeling het Westen heeft doorgemaakt ten aanzien van de positie van de vrouw. . Vervolgens wil ik van daaruit tonen welke misvattingen bestaan  omtrent de mogelijkheid van  een feministische revolutie in , in dit geval, Afghanistan. Het doel is om te illustreren dat er meer aandacht besteed moet worden aan historisch relativisme om zo tot beter resultaat  te komen ten aanzien van vrouwenrechten op globaal niveau.

Het feministisch model van gelijkheid waar wij nu bekend mee zijn is  geworteld in de geschiedenis  van de Westerse beschaving. De eerste prominente verschijnselen ervan kunnen gezien worden tijdens de Industriële Revolutie. Gedurende deze tijd waren vrouwen immers bezig met het behalen van hun stemrecht. Het  sociale bewustzijn was namelijk veranderd onder invloed van  de democratisering van de maatschappij.  
Het  streven naar gelijkheid is iets wat zich manifesteerde in de Verlichting met name dankzij de Franse Revolutie, waar gelijkheid een van de drie idealen is waar men voor streed. Dit zette zich voort in de Industriële Revolutie, waar vrouwen zichzelf moesten inzetten in de fabrieken om te kunnen bijdragen aan het inkomen. De feministen die daaruit  voortkwamen waren vrouwen uit de middenklasse, die geen keus hadden, behalve te werken om te ontsnappen aan de heersende armoede. De Industriële Revolutie is zo belangrijk in de geschiedenis, omdat de mentaliteit rondom de seksen ter discussie werd gesteld. De wisseling die daar optreed komt voort vanuit het besef dat vrouwen veel van dezelfde capaciteiten bezaten als mannen, omdat de sociale situatie ze ertoe dwong om zich in bepaalde opzichten als ‘’De Man’’ te gedragen. Vrouwen die inderdaad hetzelfde werk konden verrichten als mannen waren bewijs genoeg om ervan uit te gaan dat de discriminatie op basis van geslacht puur onzin was. Niet alleen in het arbeidersleven overigens, maar ook de opkomende democratisering toonde aan dat vrouwen ook op psychologisch niveau weinig verschilden van mannen.
In de Twintigste Eeuw werd dit beeld van gelijkheid verder ontwikkeld totdat het in de jaren 60 weer een golf veroorzaakte middels de invloed die de existentialisten uitoefenden op West-Europa. De hoofdfiguur hierin was Simone de Beauvoir, die in haar ‘De Tweede Sexe’ pleitte voor de gelijkheid van vrouwen. Het hoofdthema was dat de klassieke rol van de vrouw berust op dogmatiek. Het ligt niet in de essentie van een vrouw besloten om zich op een bepaalde manier te gedragen. Dit is volgens haar door de eeuwen heen een misvatting geweest, wat nergens op gebaseerd is. In elk hoofdstuk valt ze een dogma aan en verklaart ten slotte dat vrouwen tot vrouw gemaakt zijn en niet als vrouw zijn geboren.
De ontwikkeling omtrent feminisme heeft in de hedendaagse cultuur ertoe geleid dat het merendeel van de feministen nog steeds het Beauvoiriaanse principe aanhangt. Namelijk dat veel van de eigenschappen die traditioneel als ‘’vrouwelijk’’ worden gezien in wezen onzinnig zijn.
Deze filosofie van het feminisme is niet zomaar ontstaan, maar komt voort uit een lange complexe geschiedenis, waarin de vrouw constant in een strijd tegen zichzelf en de maatschappij was. Ik vat de geschiedenis even kort samen om aan te tonen welke dialectiek zich afspeelde voordat we bij De Beauvoir’s gelijkheidsideaal konden uitkomen.
Het is overigens belangrijk om in je achterhoofd te houden dat wanneer je de Westerse filosofie benadert, je altijd te maken heb met een gevolgen van het christelijke denken. Dit is cruciaal, omdat de christelijke achtergrond van de filosofie iets is wat als een rode draad telkens terugkeert in het Westerse denken. Westerse filosofie staat altijd in verhouding tot Christendom, of het nu samenkomt met het christelijke denken of het zich ervan afzet, het is belangrijk om te weten dat al het denken dat volgt op de opkomst van het Christendom, bestaat in verhouding tot het christelijke denken.

De eerste bewegingen van het feminisme in het westen zijn moeilijk exact te markeren, omdat de geschiedenis altijd mooi in hokjes aan ons gepresenteerd wordt, terwijl dit in feite interpretatie is dat pas achteraf plaatsvindt. De werkelijkheid zelf is chaotisch, meerdere visies komen samen en je kan niet een groep complexe individuen tot een tijdsgeest samenpersen, omdat je ze dan tekort schiet met betrekking tot hun denken. Dit moet je in beschouwing nemen, wanneer je een methode van denken wilt toepassen op een andere maatschappij. De complexiteit waarmee de geschiedenis zich voltrekt is niet iets waar wij grip op hebben, de interpretatie wel. Deze interpretatie is geen reële weergave van de werkelijkheid echter, maar eentje die we kunnen gebruiken om grip te krijgen op de werkelijkheid. Neem je dit niet mee in je beschouwing, dan ben je naïef in je denken, omdat je dan als moderne feminist meent dat je de stappen die door geschiedenis heen zijn gemaakt in het Westen‘’enkel’’ hoeft over de dragen naar het Oosten en dat op mechanische wijze de modernisering zich vanzelf voltrekt.
Verder is het noodzakelijk te weten dat omdat het Westerse denken zich verhoudt tot het christelijke denken, er veel nadruk ligt op transcendentie. Vanaf Plato, die zaden plantte die later zich zouden ontpoppen tot het christendom tot aan de existentialisten, lag de nadruk altijd op het idee dat je jezelf moest overstijgen.
In de Plato’s filosofie, waarin de Ideeënwereld centraal staat is dit concept van transcendentie letterlijk genomen, waarbij je jezelf los moet koppelen van het aardse naar het hogere, het pure denken, wat losstaat van de lagere werkelijkheid.
Aristoteles zet dit voort door te zeggen dat de mens per definitie zijn essentie in het denken terugvindt. ‘’Animal rationale’’, noemt hij het. Een denkend dier. Het denken is hoger en onderscheidt ons van de rest van de dieren; het is onze natuur en we behoren dit vermogen te gebruiken.
In de Middeleeuwse filosofie draait het voornamelijk in het zoeken naar verklaringen voor de verhoudingen tussen mens en God, totdat in de Renaissance men weer teruggrijpt naar het klassieke denken.
De mens is dan wel meer gericht op het leven hier en nu op aarde, maar de filosofen die daaruit voortkomen zijn nog steeds filosofen die zich bezighouden met het systematiseren van de werkelijkheid. Denk aan Descartes en Kant, die doordat ze geloven in het systematiseren van de werkelijkheid, er een bepaalde mate van perfectie aan toeschrijven, waar wij als rationeel wezen toegang toe hebben.
Zelfs de breuk met de Verlichting richting de Romantiek draagt nog steeds het aspect van jezelf transcenderen. Een goed voorbeeld hiervan is de filosofie van Nietzsche, die pleit voor de Übermensch of Kierkegaard, die de drie levenshoudingen onderscheidt, waar je als mens doorheen moet.
Al met al is er altijd een bepaald streefdoel dat behaald dient te worden, wat niet in ons ligt, door een soort innerlijke ontvouwing naar iets buiten ons op weg is. Het is die constante duw van de vorige these naar de antithese, waarbij je tevreden bent met de synthese totdat je weer in rebellie komt tegen de tijdsgeest. Die beweging is de geschiedenis van de Westerse filosofie. Het Westerse denken is jezelf afzetten van een tijdsgeest naar de volgende in een constante rebellie tegen jezelf middels je omgeving. Hieruit vormt de individu; in de strijd tegen het zelf vormt zich het zelf keer op keer in een andere gedaante.
Kan je dit soort achtergrondinformatie negeren en zomaar je gang gaan en de highlights van een geschiedenis toepassen op een totaal andere cultuur, die een totaal andere ontwikkeling doormaakt met een totaal andere tijdsgeest?
Nee. Dat is naïef en kortzichtig. Je kunt niet de conclusies van de Westerse opvattingen rondom het feminisme nemen en dat op een cultuur plakken die totaal de mentale voorbereiding mist om die opvatting van het feminisme te accepteren. Als we naar het feminisme van het Westen kijken, met die kennis in je achterhoofd, dan zal je ook inzien dat de Westerse ideeën rondom het vrouwbeeld zijn ontstaan uit die constante drijf tegen de tijdsgeest, richting iets buiten het zelf, op een hoger niveau.
Ik neem dan de Renaissance als voorbeeld, waarin vrouwen in de kunst opeens een nieuwe positie kregen. Vrouwen werden bloot afgebeeld, naar het model van de Romeins-Griekse cultuur. Deze beweging is zo uitermate cruciaal, omdat het toont hoe de vrouwbeeld van een Middeleeuwse gesluierde maatschappij, naar een meer aardse opvatting ging.
De Maria werd vervangen door de Venus. De vrouw werd bloot afgebeeld, met als achterliggende idee dat ze mooi was, dat ze begeerlijk was. In de huidige maatschappij kan men dit als objectificatie opvatten, maar daarvoor moet proberen om uit de eigen tijdsgeest te stappen en eventjes de overgang tussen die twee periodes op zichzelf te analyseren. De vrouw werd omarmd voor het vrouw-zijn, ze werd vleselijk, ze werd iets wat getoond moest worden, iets wat noodzakelijk was voor het leven op aarde.
Deze fase heeft nog steeds niet plaatsgevonden in het Midden-Oosten en dan spreek ikzelf over Afghanistan, omdat ik daar het meest bekend mee ben. Het is nog steeds schande het vrouw-zijn te omarmen, laat staan jezelf tegen de traditionele beeld van ‘’de Vrouw’’ af te zetten zoals de Beauvoir en haar volgelingen doen om vervolgens gelijkheid te eisen.
De Afghaanse cultuur kampt met een ander probleem rondom het feminisme en moet ook totaal anders benaderd worden. Gezien de geschiedenis van Afghanistan is het ook onzinnig om de Westerse opvatting van het feminisme toe te passen, omdat de onderdrukking die daar plaatsvindt juist ten dele datgene is waar De Beauvoir en de hedendaagse feministen voor pleiten.
De vrouwen worden daar juist ontdaan van de traditioneel vrouwelijke eigenschappen, zoals schoonheid, zachtheid, compassie, geduld, begrip en verdraagzaamheid om er een paar te noemen. Ook zijn de sociaal-culturele problemen die voortkomen in Afghanistan gestoeld op andere oorzaken. Afghanistan heeft geen Verlichting doorgemaakt en het gelijkheidsideaal dat kort aanwezig was tijdens de inval van de Sovjet-Unie is al snel vergeten met de komst van de islamitische regering.
Het onteigenen van de vrouwelijkheid heeft geen positieve werking overigens, omdat daarmee de vrouw nog meer misvormd gemaakt wordt dan het is.
Noch man, noch vrouw, leeft het daar als iets wat geen van beide is. Te misvormd om man te zijn, maar wel met het verlangen en Hij te worden. Ontrukt van het vrouw zijn, waardoor daarin ook geen ontplooiing mogelijk is. Onzijdig wellicht.
Erger nog, die eigenschappen, die als vrouwelijk gezien worden, raken verloren door de sociale omstandigheden of worden onderdrukt door de omgeving.
Gesluierd, de haren in een rommelige knot, kleren die alles bedekken zorgen ervoor dat alles wat ook maar een beetje duidt op de anatomie van de vrouw non-existent worden.
Gemutileerd in hun vrouwelijkheid kunnen de vrouwen alleen nog maar streven zichzelf te vermannelijken. Vanaf het moment dat ze geboren zijn, zijn ze enkel een object van de maatschappij en hun families, die schande kunnen brengen, wanneer ze ook iets van hun vrouwelijke kant laten zien. Dat wil zeggen bijvoorbeeld het verlangen naar seks, het verlangen naar mooier zijn, het verlangen bemind te worden, het verlangen je emoties te uiten, het verlangen vrij rond te lopen. Met andere woorden, het verlangen om jezelf in de wereld te kunnen zetten met de intentie je eigen je individualisme te tonen. Met vermannelijken bedoel ik niet in de zin dat de vrouwen ook tot mannen gemaakt worden, maar dat mannen dermate hoog in aanzien staan dat er bij vrouwen het verlangen gewekt worden om mannelijk te willen zijn; een afschuw richting alles wat vrouwelijk is. Zondig, vies, laag, nutteloos, waardeloos is vrouw zijn. Vrouwen kunnen of zichzelf haten voor het feit dat ze als vrouw zijn geboren, of de patriarchen haten voor wat ze in de maatschappij teweegbrengen. Het laatste is het lastigst, omdat je van jongs af aan al in de opvoeding een beweging wordt gemaakt richting bewondering voor het mannelijke. Zij zijn immers degene die werken, die hun ouders zullen opvangen, die vrij over straat kunnen (vergeet niet dat we met een islamitisch land te maken hebben), ze kunnen weinig doen wat onterend is voor de familie, ze kosten minder geld en ze leveren meer op.
De eerste reactie die gegeven wordt zodra men te horen krijgt dat er een meisje is geboren is zuchten. Wat zegt dat wat wel niet over hun maatschappij?
‘’De vrouw wordt opgesloten in de keuken en vervolgens verweten dat haar horizon gelimiteerd is. Haar vleugels worden eraf geknipt en men veracht haar dat ze niet kan vliegen.’’
-Simone de Beauvoir, De Tweede Sekse

Met vrouwelijk bedoel ik overigens vrouwelijk zoals in de klassieke traditie. Zoals terug te vinden is in Perzische poëzie en het postmodernisme, waar vrouwelijke dichters zoals Forough Farokhzad pleitten voor de uiting van het vrouw zijn. Vrouwen en mannen werden als ongelijk gezien, maar daar zat geen schaamte in, omdat beide seksen in hun individualisme compleet waren in zichzelf, onafhankelijk van de ander. Vrouw zijn staat voor vruchtbaarheid, zachtheid, schoonheid, emoties, natuur, ontvangend en verdraagzaam.
Het idee dat vrouwen en mannen gelijk moeten zijn in de ogen van de wet is zelfevident en daar pleit ik volledig voor, maar het probleem is juist dat in Afghanistan de vrouwen gedwongen worden te transcenderen de ander te zijn met als achterliggende gedachte dat hun vrouwelijkheid iets is om je voor te schamen.
Er wordt gezegd dat in andere landen zoals Iran en Egypte het feminisme ontwikkelend is, in Saudi-Arabië mogen vrouwen autorijden bijvoorbeeld. Dit is mooi, maar niet representatief. De reden hiertoe is dat dat de discriminatie onderling gaande in die landen gesmoord wordt doordat mensen een iets grotere gevoel van eenheid ervaren dan in Afghanistan. Ook taal en religie spelen een rol, want het is in bijvoorbeeld Egypte makkelijker  voor vrouwen om grotere saamhorigheid te ervaren. Dit mist in Afghanistan. De vrouwen in Afghanistan zijn een bijvoeglijk naamwoord.
Bijvoeglijk aan hun man, aan hun familie, hun taal, hun religie, hun cultuur, hun omgeving. Pas wanneer het idee van individualisme naar voren komt is het mogelijk om die gezamenlijk met andere individuen een groepsverband te beginnen tegen vrouwenonderdrukking.

Door deze genoemde problemen is het nu beter te begrijpen waarom de vrouwen daar zoveel moeite hebben om zichzelf te ontrukken aan de onderdrukking in de eerste plaats.
Het idee dat de vrouwen op Beauvoiriaanse manier naar gelijkheid moeten streven is absurd.
De Beauvoir heeft haar feministische principes geïntroduceerd aan de maatschappij van haar tijdsgeest. Ik heb net met mijn beschrijving van de geschiedenis aangetoond dat bepaalde idealen niet zomaar uit de lucht komen vallen, maar dat ze de som vormen van een reeks van ontwikkelingen die voor onze geboorte de weg hebben vrijgemaakt om deze opvattingen te kunnen hebben. De wereld van De Beauvoir was er mentaal beter op voorbereid. Gelijkheid was al iets wat sinds de Franse Revoluties zijn intrede had gedaan. Het was bijna onvermijdelijk dat na de industrialisatie van West-Europa en na het verwerven van stemrecht voor de vrouw, op een gegeven moment een filosofie moest komen die volledige gelijkheid eiste.
Wat het Westerse feminisme echter wil is dit zomaar spontaan op het Oosten toepassen. Daar komt het wel uit de lucht vallen, omdat die mentale voorbereiding er nooit is geweest. Het forceren heeft geen zin, omdat je geen overeenstemming bereikt. Niet in de zin dat je gelijk wordt gegeven, maar dat überhaupt de ander begrijpt waar je het over hebt.
Zonder die mentale voorbereiding die de geschiedenis ons heeft gegeven, heeft het geen zin om ook maar een poging naar volledige gelijkheid te maken, omdat niemand begrijpt waar je het over hebt.
Dit is de belangrijkste reden waarom het Westerse model van het feminisme niet toegepast kan worden in Afghanistan. De vrouw moet  eerst nog uit de Middeleeuwen gehaald worden richting de Verlichting om in  eerste instantie niet het vrouw zijn op zich als zondig te zien, maar om überhaupt haar menselijkheid te omarmen.

Wat kan de maatschappij in Afghanistan doen om dit probleem op te lossen? Allereerst ben ik van mening dathet niet enkel de schuld is van de maatschappij, maar ook ten delen aan de vrouwen zelf te wijten is. Het is weliswaar niet hun schuld dat ze in een bepaalde maatschappij opgroeien, maar waar ik ze wel van beschuldig is dat ze geen respect hebben voor zichzelf als mens, want dat is niet iets wat je van buitenaf opgelegd kan krijgen. Het feit dat de vrouwen geen besef hebben van eigen verantwoordelijkheid is geen absurditeit, wanneer je je leven lang gedragen wordt door je omgeving. Echter, die verantwoordelijkheid behoort erkend te worden om volwaardig mens te zijn. Om uit die eeuwige kinderlijke mentaliteit te treden, waarin je omgeving je ontwikkeling bepaalt. Dat besef wat in de Industriële Revolutie zo goed tot uiting kwam, is er nog niet in Afghanistan. Vrouwen zijn volwassen kinderen van de patriarchen.
Ik geef overigens toe dat het helemaal niet zo makkelijk is om daaruit te stappen. De feministische revolutie is iets wat eeuwen duurt om doorgevoerd te worden, maar de eerste stap is wel om in te zien dat je het vermogen hebt om te kunnen handelen, om in te kunnen zien dat je een individu bent dat in staat is verandering langzamerhand door te voeren. Doe je dit niet, dan vergooi je je individualisme en laat je je dragen door de maatschappij omtrent de keuzes die over jou gemaakt worden. Je vergooit je verantwoordelijkheid en je vermogen tot denken.
Een groot deel van de discriminatie komt immers ook voort uit vrouwen zelf, die dat dagelijks toepassen op hun dochters, familieleden, buurvrouwen en meisjes op straat.
De transcendentie van de vrouw daar moet niet gericht zijn om zichzelf te ontdoen van hun ‘’zondige’’ lichaam, maar om juist die te omarmen voor wat het is, omdat dat juist datgene is wat ze verboden wordt te doen. Dit is een van de problemen waar de vrouw in Afghanistan mee te kampen heeft. Een veel groter en moeilijker probleem is het taalprobleem.
Hoewel Afghanistan uit meerdere bevolkingsgroepen bestaat, zoals de Tajiks, Hazara’s, Pashutns, Uzbeken etc. om er maar een paar te noemen, is een veelal gebruikte taal het Dari, wat een variant is op het Perzisch. Dit wordt voornamelijk in Iran gesproken en het gebied eromheen.
Het Perzisch behoort tot de Indo-Europese tak en is daardoor eerder verwant aan het Frans, Duits en Nederlands dan aan het Arabisch, waar men het vaak mee verward wegens het gebruik van hetzelfde Arabische schrift.
Behorend tot een van de moeilijkste talen die momenteel gesproken wordt, is het moeilijk om het volledig grammaticaal en contextueel correct te spreken. Wanneer het correct gebruikt wordt kan het de interactie en  visie op de wereld alleen maar vergroten. Zo niet, dan heeft het juist het tegengestelde effect.
In de intellectuele kringen is er overeenstemming in taalgebruik en begrijpt men elkaar goed, maar zodra je verder van de sociale ladder afdaalt, zal je merken dat het taalgebruik exponentieel dermate slecht gebruikt wordt, dat mensen van verschillende landen van de lagere sociale klassen elkaar niet meer kunnen begrijpen.
In Afghanistan zie je dit probleem ook terug. Des te verder je afdaalt op de sociale ladder, waar de meeste vrouwenonderdrukking plaatsvindt, des te meer je inziet dat de taal op zo’n foutieve wijze gebruikt wordt, dat communicatie simpelweg soms wegvalt.
Een simpel voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld het woord ‘’عشق’’ (liefde). Hoewel het woord liefde betekent, zit er een erotische lading achter, waardoor het enkel gebruikt dient te worden tussen twee geliefdes. Echter, als je oplet, dan zal dit woord op de meest ongebruikelijke situaties toepast zien.
Een veel voorkomend voorbeeld is wanneer men het gebruikt om moederlijke liefde of vaderlandsliefde uit te drukken, terwijl daar andere woorden voor bestaan, die nooit gebruikt worden, omdat men dat ene woord zo vaak toepast op verschillende situatie, waardoor het gebruik algemeen geaccepteerd raakt.
Het is zelf evident dat iemand die een beter begrip heeft van taal ook een breder begrip van de werkelijkheid heeft en nuance verschillen bemerkt.
Natuurlijk ervaart iedereen de werkelijkheid en worden allerlei fenomenen je toegeschenen. Echter, taalvorming is niet enkel een passief gebeuren, maar iets wat interactief gebeurt.
Wanneer ik een kind op foutieve wijze aanleer dat een heel groep aan genuanceerde emoties tot een bepaald woord behoort, dan zal communiceren snel moeilijk worden.De reden hiervoor is dat wanneer iemand een bepaald woord probeert over te brengen, diegene een bepaald plaatje of gevoel in zijn of haar hoofd heeft. Als dat kind een bepaalde emotie heeft en dat aanduidt met een woord dat ik foutief aan allerlei emoties toeschrijf, dan weet ik natuurlijk niet welke emotie diegene bedoelt en kan ik daardoor een verkeerde lading in het gebruikte woord zien.
Dit zorgt er niet alleen voor dat er tussen twee of meerdere mensen geen communicatie meer mogelijk is, maar ook dat die individu zelf incompetent raakt.  Woorden en taal zijn namelijk ook nodig om te kunnen nadenken. Gedachtes formuleer je door taal correct op jezelf toe te passen. Zinnen worden in je hoofd uitgedacht en vervolgens worden de woorden aan de verkeerde begrippen gekoppeld, waarna er grote verwarring ontstaat over wat je eigenlijk bedoelt.
Wanneer dit niet op de correcte wijze wordt aangeleerd, dan heb je niet enkel slecht begrip op de werkelijkheid, omdat je niet de juiste woorden weet te gebruiken om jezelf uit te drukken, maar raak je ook nog een vervreemd van je eigen gedachtes. Het gevolg hiervan is dat omdat je jezelf niet kan uitdrukken in taal, je noodzakelijkerwijs een andere route moet kiezen. Een veel voorkomend middel is het emotioneel redeneren. Syllogismes, verbanden, redeneren, structuur, logica kunnen enkel plaatsvinden wanneer iemand het vermogen heeft om over de werkelijkheid na te denken.Gebeurt dat niet, dan ontstaat er een groep dat vol zit met impressies, gevoelens, beelden, die ze maar niet kunnen formuleren. Formuleren is immers niks anders dan het juiste begrip bij het juiste woord plaatsen.
Dit creëert, bewust of onbewust, een maatschappij die direct uit 1984 van George Orwell gekomen kan zijn, waarin Orwell duidelijk laat zien dat des te incompetenter de bevolking is in haar taalgebruik, des te makkelijker het is om die groep de overheersen.
De onderlinge discriminatie kan daardoor goed als middel gebruikt worden om het taalniveau onder de bevolking laag te houden. Het onvermogen dus om jezelf in een taal uit te kunnen drukken zorgt voor een sneeuwbaleffect.
Enfin, de Afghaanse maatschappij, voornamelijk de lagere sociale klassen, bestaat niet alleen door culturele redenen tot een groep die in zichzelf gekeerd is, maar door een onvermogen om zichzelf uit te drukken. Het niet kunnen toepassen van logische verbanden, overbrengen van gevoelens heeft zo’n negatief effect op de positie van vrouwen, omdat niemand het vermogen heeft uit die immanentie te transcenderen, om die eerste stap te maken naar kritisch redeneren over de positie van de vrouw.
De woekerende oorlog die nu al decennialang gaande is, heeft niks kunnen veranderen aan de educatie daar om deze onmondigheid op te lossen.
Dat niet alleen, maar ook de onderlinge discriminatie die gaande is over welke bevolkingsgroep het primaat vormt, voorkomt elke vorm van sociale en daarmee culturele ontwikkeling. Hierdoor blijft het taalgebruik achtergesteld, omdat er niemand is die de eerste stap kan maken om dit probleem te overstijgen, aangezien je de taal en begrip van de werkelijkheid nodig hebt om het taalprobleem überhaupt op te lossen.

Deze twee problemen moeten in beschouwing genomen worden, wil je überhaupt iets van verandering teweeg willen brengen in het Oosten rondom het feminisme. Het zal een lange strijd zijn, maar wel eentje die gaat werken. 

Friday, 19 February 2016

Random Thought #5

There is unease surrounding us. Unease in the form of chaos. That distinction is made with reason. When we say that we feel at unease we mean that we can still function properly, yet lack the taste to dress up properly, to eat healthy, to go to work or class. Basically to do anything that adds up to our desire to present ourselves in such a way that we consider satisfactory. It is difficult to explain just giving general ideas of what I mean, so here is an allegory. A storm is going on. It takes place in a hollow room inside our chest. The storm is one of emotions. The emotions switch from one specter to the next, but they twist and twirl; causing uneasiness in the heart, because you never know what the storm will bring next. Even worse, what if it one day loses all it energy and stops spinning all together? Whatever the case, it is difficult to enter from the outside in. We can only experience the effects, but the causes remain a mystery.
This storm also has affected us to write and sit here thinking over and over how we should type these words with the correct and confident formulation that we're slowly losing. 
It is, funny enough, in exactly this inner battle that I have found a reason to finally write something down. Ambiguity is something that always fascinated me to be honest. It forms the bridge from extremes to a golden middle of grey and nuance. This transcends the black and white thinking and reminds me again why we are so brilliant. It shows that we actually are capable of deep thought to a very far away extend. One which gives the sudden realization that there is something beyond good and evil. This awkward piece of writing has a reason. As a means to turn this inner battle into a manifestation that can be turned outwards and thus also be presented to the outer world with the aim to reflect on it. 
Why is it that I am doubting myself so much?
It is difficult to type away, to fill pages and be meaningful. Aren't essays always supposed to be long? Because it seems that complexity, depth and validity have become synonyms in the philosophical atmosphere. Not that I can blame them of course, since I myself have admitted in a few pages earlier that it is more than necessary for me to convey my thoughts to the outer world and still preserve the intention and the depth that the words carry with them. Thus it is necessary to be clear. Clearness can only be understood in terms of either an Aha-Erlebnis (insight) or a pages of paper that exhibit the long syllogisms the writer went through in an internal battle with the self to finally come to that self-evident insight. 
And perhaps it is in exactly that in which I am experiencing the inner struggle. That I want both and neither. By both and neither, I mean that I appreciate either aspects, but neither in overall. 
I despise the shallowness of short philosophies. One-Liner Philosophies as I like to call them. You can often find them on social media with the picture of a punk-philosopher like Nietzsche or Sartre put by some rebel teenager to express his or her individuality. It consists out of one line that joyfully kicks against the system, such as ''God is dead'' or ''The hell is the Other''. 
I must admit, it does annoy me, even though I try to ignore it. 
Tbe One-Liner Philosophies used by many, not only now, but by anyone with a superiority complex, as a means to overshadow their insecurities, can be quite helpful though.
If used properly, it can be used to emphasis a certain thought that is the main point of your stream of consciousness. If that's not the case, it can also be used to summarize in a few words the whole point of your story. This gives the reader clarification and the writer a reference point when he or she has to defend or explain his or her thesis. 
Another form of writing is the overly long complex writing that serves no other purpose than to convey something easy as difficult as possible to create depth where there is little. 
Depth in thought is indeed very difficult to achieve. It is quite frustrating, I know from experience and sometimes even heartbreaking, when you have the feeling that words no longer have the power to carry your emotions and thoughts to the other with all the associations you have when using those words. 
This becomes even more complex when it's written text and all the emotions have to come from cold blocky letters printed against a white background. 
So what you then do to convey your words is to repeat yourself. If that doesn't help, you resort to going way too deep into the topic, to the point where you've completely digressed from the original topic. This too is quite understandable, but a pain to read. Mind numbing even. 
However, it is necessary to be nuanced. It is true that often people resort to this type of writing, because they have to convey long thoughts concerning topics that do need all the pages filled in order for the reader to understand it. That's however not what I'm talking about. Those books who do that don't outdo themselves. Those pages are necessary, because if you took pieces out of it, it would stop making sense or lose it's literary touch that differentiates the writers from other writers. The latter is of course a subjective insight that I can't go into depth to right now, because I want to keep the focus on the battle I'm experiencing. 
For the sake of practicality, let's say that when you can leave it out, it's unnecessary to write it down.
So between these two extremes, where should I place myself?
Does my problem even posit itself in this question or should I be asking myself a whole other question all together?
The words that I can associate with my restlessness are the following:
Unease, impatience and depth.
And immediately we can behold the problem. The eternal problem of contradiction that will probably follow me into the grave. Wanting two things that seem to essentially exclude each other. 
Depth and impatience that is, which consequently concludes to uneasiness. 

Sunday, 3 January 2016

The State III: The Process

The State III

The Process:
It is difficult to put phenomenons, that being social behavior,  into words. It is hard to be a confident writer and still produce essays or books that are completely true. I can see this in myself. I have read books and admired them, books that show no coherency to each other whatsoever, but somehow still manage to convince me that there is some truth in what the author is saying. It was in this small confrontation with myself, that I could sense the ambiguity.
How odd it was reading two completely different philosophers, who were opposites and still find yourself nodding in agreement, once you read their arguments and stream of thoughts.
With every book I read, I did not feel at all that I was being presented wisdom, rather I felt that I was being confronted with my own ignorance. With every book, conversation or lecture I became more aware of how shallow my thinking process in actuality is. The world is much bigger; the people inside it have much more going on inside their head than they show.
It struck me with every conversation and it still shows how incompetent I am when it comes to discussions, because there is always a part of me that can see the reasoning behind one's thoughts.
No matter what I say, due to the complexity of the world and its people, we are de facto wrong when it comes to choosing the way we want to life; it is difficult to evaluate which values are superior to others. Ideals in itself are brilliant and we will happily nod in agreement when one exclaims: ‘’Liberté, egalité et fraternité.’’ Yet, the methods to get there often make us blind to remember what even the ideals were we so proudly stood for.
What is the reason for the failure we go through as human species? Is it perhaps that what we see as noble, actually is a handicap of some kind?
Life is failure, without ever having had the opportunity to even see the finish line, we will never be victorious. It is always an inner struggle between wanting two things that contradict themselves, but on their own are flawless.
Individualism, socialism, chauvinism, humanism, nihilism, freedom of speech, mutual respect, values, freedom, morality, rebellion, diversity, unity, nobility, patience.
It is a harsh way to see life. One could say that, but I would object. However, there is still some small candle light at the end of the tunnel.
Even when I was confronted with my own ignorance, I had discovered that in some way there are certain truths that we all share, that instinctively feels right and just.
The idea that one becomes aware from the push and pull movements of life, is only possible when one takes a break from life itself and tries to transcendent whatever world he is living in. Seeing everything not from a biased view, but seeing the world as followed:
The realization that we are part of a big flux that connects one another, in which our existence bases itself upon the choices of the generation beyond us and that our choices form the base for the generation after us. With other words, there is a bigger picture than just that which fulfills our individual needs, but ambiguously we still need to take those individual needs into consideration.
That is such a hard task in itself and is sometimes too demanding.
Not too demanding at all if you ask me. The reason for this, is that coming to this realization takes the most essential part of human nature in question. The ability to think, to be an individual between the herd, yet be one with the herd based on your individualism.
It is true that social behavior and political movements base themselves on the idea that certain ideals are more true, because they fulfill the goal they want to achieve, but that does not mean that the ideas of the rival don’t have the same source.
They still do, there is always some truth in the other, even if it not presented in the desired way. The only way to see that we are all going after the same idea in life, is eliminating the passive thoughtless behavior that many have, that has its root in the inability or refusal to think, therefore denying one’s own individualism.
And why do they do so? The reason being that it is easier to let someone else carry you to the goal and blame it on him if the possibility is open to failure, instead of owning up to one’s own mistakes.

There is no blame in mistakes, but only in being too coward to make them and owning up to your responsibility. 

Thursday, 26 March 2015

Dwang tot bestaan.

Dwang tot bestaan.

Het was nooit aan ons de keuze geweest om geboren te zijn in de eerste plaats.
En dat voornamelijk in deze wereld, waarin de afwezigheid van God meer dan ooit merkbaar, voelbaar is.
Zowel in de morele zin, waarbij Gods wil de grondbeginselen bepaalt voor onze ethiek, als in de praktische zin van het woord, waarbij hij de eeuwige waarheid met zich mee zou moeten dragen om de mensheid tot consensus te laten komen, is God of afwezig of indifferent.
Dat brengt een bepaalde sfeer van leegte met zich mee, waarbij ik niet enkel alleen op mezelf moet steunen, maar daarbij ook nog eens niet de steun bij een hogere macht kan vinden.
Eenzaam en koud, verward en leeg worden we de wereld in geworpen tussen andere soortgenoten, die het pad des levens in zoverre bewandeld hebben dat ze denken te kunnen oordelen over ons recht van bestaan.
Met andere woorden, de mens acht zich in dermate hoog genoeg om voor God te spelen en uit de weinige beschikbare middelen leven te doen ontstaan.
Of dit besluit bewust of onbewust is genomen, het zet een brandmerk op het kind waar het nooit vanaf zal komen.
Immers in deze dat hij, eenmaal geboren, gedwongen is te leven om daarna oftewel verder te leven of er al geheel een eind aan te maken.
Hoe het ook zij, mocht het kind toch een eind willen maken aan zijn leven, dan is hij in dermate impotent om daar een keuze over te maken, voordat hij zichzelf zo heeft ontwikkeld dat hij weet wie hij is en wat hij betekent voor zowel zijn omgeving als voor zichzelf.
Tegen die tijd is er enkel slaafse dwang van zijn omgeving, waar hij voor neer dient te buigen door zijn onvermogen de wereld en zichzelf te kunnen begrijpen.
Daarnaast heeft hij, geworpen in de wereld, geen andere keus dan dit te doen, omdat hij volledig vrij is geboren.
Daarmee bedoel ik dat hij de mogelijkheid heeft om zichzelf te maken tot iets wat hij later wil zijn.
Het problematische hieraan is, is dat zijn vrijheid beperkt wordt in de eerste levensjaren omdat hij nooit het vermogen had om zijn omgeving a priori tot zich te nemen en daar een keuze over te maken.
Nee, in de eerste levensjaren wordt het kind op marxistische wijze ingevuld met informatie, indrukken en geluid, gevoelens en vormen, waarna hij later een geheel kan gaan vormen.
Inderdaad is de mens vrij geboren, misschien is hij wel iets te vrij geboren waardoor het zijn indrukken aan de ander kan opleggen.
Het paradoxale hieraan is dat het kind enerzijds niet de mogelijkheid heeft zichzelf in te vullen omdat hij de wereld in is geworpen en anderzijds het noodzakelijk is dat hij ingevuld wordt omdat hij anders zichzelf niet verder kan realiseren.
Problematisch gezien levert dit het probleem op dat de mens eenmaal de keuze gemaakt hebbend in zijn leven, nooit de keuze kan keren en dus ook de consequentie ervan tot zich moet nemen omdat hij juist gedoemd is zo vrij te zijn.
Vreemd genoeg draagt de mens ook de invulling van zijn omgeving, die hij in zijn eerste levensjaren heeft verworven met zich mee en de daarbij komende consequenties.
Daar ontstaat de dubbelzinnigheid.
Enerzijds dat zijn jeugd bepalend is voor zijn latere levensjaren en voor de beperking aan keuzes die hij voorgelegd krijgt.
Anderzijds als het kind niet ingevuld wordt, , zodra de invulling van deze vrijheid niet begint, zodra de keuzes niet worden gemaakt waarmee hij zijn eigen essentie bepaalt, is hij paradoxaal genoeg een slaaf aan zijn eigen bestaan.
Hij stopt met existeren (dat wat de mens bestempelt tot mens!) en hij reduceert zichzelf tot een object.
Niet alleen jegens zijn omgeving, maar het meest jegens zichzelf.


De mens gedefinieerd

Gedwongen te bestaan leeft een mens nooit in isolatie, maar altijd te midden van andere lotgenoten.
De mens gedefinieerd hebbend als een behoeftig dier, is het er altijd op uit om zijn onderbewuste driften tot hun recht te laten komen.
Hierbij is het vaak niet bewust van zijn driften, totdat het in het bewustzijn vertaald wordt zodat het doel makkelijker behaald kan worden, niet door dierlijk instinctieve reflecties, maar door redelijk nadenken.
Tot deze behoeftes behoren de meest basale, zoals hongerdrift en seksuele ladingen dat tot hun climax moeten komen, zodat de mens weer terugkeert in een toestand van rust.
Wat de mens niet tot dier kan laten worden is het aspect dat zij door hun zelfbewustzijn een bepaalde weg kunnen afleggen om deze gedeelde driften tot ontlading te laten komen.
Dit creëert de persoonlijkheid.
Doorgaand op het zelfbewustzijn; het zelfbewustzijn is datgene wat de mens in staat stelt om zichzelf te verhouden tot zichzelf en zijn omgeving.
Sartre duidt dit aan met être-pour-soi, wat inhoudt dat de mens een zelf-creërende subject is dat zijn eigen essentie maakt door te streven naar het être-en-soi.
Het être-en-soi is datgene wat helemaal met zichzelf samenvalt, dat houdt in dat je jezelf niet meer creëert, maar zoals een God al volledig bent.
Het tegenstrijdende hieraan is dat je als mens nooit dit stadium kan bereiken omdat je gedoemd bent hierin te falen.
Deze wisselwerking vormt de speelruimte waarin de mens een subject is te midden van vele andere objecten die hij gebruikt om zichzelf te creeëren.
Er zit geen happy ending aan elk falen. De happy ending zit hierin dat je niet meer kan dan leven, punt.
Daar zit het hele leven in besloten. Namelijk dit, dat je alleen maar kan leven met zowel de goede als de slechte momenten.
Er komt geen daarna meer, er zit geen bedoeling in, omdat die bedoeling nooit in de wereld lag.
De objectieve buitenwereld functioneert enkel en alleen volgens de natuurwetten waaraan we ons niet kunnen onttrekken, het kent geen morele waardes, noch gedragsregels.  
Dit houdt in dat elke vorm van goed, slecht, mooi, lelijk of elke andere abstract begrip dat we aan de werkelijkheid toepassen enkel iets is wat binnen in onze hoofd bestaat, in onze wereld.

Voorwoord- Uitleg

Dit abstracte verhaal representeert de gewaarwording.
Het was nooit aan ons de keus geweest om in de wereld te zijn geworpen. Dat ik niet alleen een subject ben, maar dat iedereen een subject is, hoewel deze functie nooit zichtbaar tot zijn recht komt.
Zo meende ik eerst dat ik de mens zelf verafschuwde vanwege zijn objectivisering van de zelf.
Vervolgens stemde ik hiermee in en ging ik mezelf proberen objectiviseren, wat in hield dat je weigert om je eigen leven in te vullen, maar dat je jezelf bloot legt voor de wereld om te doen met je wat ze willen. Door daarbij passief te zijn in je existentie in plaats van actief en zelfbewust van elke handeling de consequenties te aanvaarden.
Oftewel stoppen met mens zijn.
Hoe hard ik toentertijd om te kunnen krioelen tussen de anderen, mijn poten waren enkel armen die konden grijpen naar een pen om de frustratie weg te schrijven.
Poëtisch braaksel noem ik dit ook wel.
Ja, ik merkte dat ik gek, gestoord, krankzinnig was, maar dat veranderde weinig aan hoe de realiteit op zichzelf was.
Alcohol kon deze fase verdrinken, maar het veranderde nog steeds weinig aan de realiteit.
Want zodra het eerste omhulsel gekraakt was (dacht je) van je medemens, wist je bij god niet welk van de twee lichamen de persoon was die zichzelf in de wereld positioneerde.
Sterker nog, weet de medemens zelf wel welk van de twee hij is of zijn ze allebei twee kanten van een mes waarmee ze in hun vleselijk bestaan snijden?
Nee het leven is niet lijden door andere mensen.
Het was lijden door de schijn van andere mensen, die zich bewogen van het mens zijn naar het dier-zijn, waarbij ze zekerheid verwierven over hun bestaan, maar steeds minder mens werden met deze dodelijk beslissing.
Had Nietzsche ooit gezegd dat God dood was, dat wij Hem hebben gedood, dan kan ik nu mededelen dat die kruistocht nooit is opgehouden, maar enkel is opgeschoven naar het uitmoorden van de mens.
De mens is stervende en dat hebben wij gedaan.
En de vraag over het nog te redden is nog maar de vraag, omdat ik me afvraag of we ooit mens waren geweest.
Het doorbreken van de pantsers zegt weinig over de echtheid van de binnenkant, waarbij de binnenkant twee kanten van dezelfde munt kunnen zijn.
En zoals ik, hebben velen onzekerheden in het leven, die ze verbergen met deze dubbelzinnigheid.
Wie ben ik echt? Wat wil ik eigenlijk? Ben ik momenteel niet gewoon een marionet die, zodra het losgeknipt wordt van de poppenspeler, uit pure wanhoop en ongemakkelijkheid zal proberen om de touwen aan elkaar vast te knopen? Wil ik keuzes maken en vrij zijn of wil ik in de zogenaamde structuur leven die ik tot vanzelfsprekend heb gemaakt, maar die wel mij een begin en eindpunt geeft in het leven?
Voor mij lijken de pantsers van de insectenlichamen waarin we onszelf opsluiten af te vallen.
Er is geen objectieve houvast, enkel de illusie van structuur in wat in onze categoriserende ogen lijkt op structuur.
Dit creëert wat ik aanduidt met het begrip neo-solipsisme. Dit is een stroming dat aansluit bij het filosofisch scepticisme, dat je nergens helemaal zeker over kan zijn.
Dit komt voort uit het idee dat niemand in de objectieve wereld leeft, maar in zijn eigen geest.
De objectieve wereld treedt door het subjectief filtertje heen en construeert hem op deze wijze. Dit toont aan dat de mens alles wat hij uit zijn omgeving haalt om zichzelf te construeren nooit waarneemt als Ding an sich, maar altijd als een Ding für sich.
Ieders leven is op die wijze geconstrueerd op indrukken, schijnen van de werkelijkheid.
Deze verschijnen zullen ook nooit en te nimmer zijn geest verlaten, maar in de bewegingsruimte van zijn vrijheid de invulling vormen voor de latere keuzes die hij zal maken in het leven.
Op die wijze leeft hij nooit in de wereld, maar altijd in zichzelf. In zijn eigen wereld.



Parodie Sociaal-Realisme op Gorki

De leerling

Door: De Bittere

Gebukt onder misère met zijn ogen geworpen op de grijze hemel sjokt onze held richting huis om dezelfde maaltijd te nuttigen als de afgelopen drie dagen. 
De spieren stijf van slaaptekort en de vingers vies van de as en het roet sluit hij dicht tegen de groep somber kijkende leerlingen aan. Hun schouders hangen omlaag, diep in de kragen verscholen en met zware tred verzetten ze de ene voet na de andere hierbij een diep spoor achterlatend in de grijze natte sneeuw.
De school braakt met veel stoom de leerlingen uit, die na hun machinale functie vervuld te hebben terugkeren om de volgende dagen deze functie opnieuw te vervullen. 
Geïrriteerd en minachtend gebrom is te horen te midden van de leerlingen, nadat ze hun hoofden wegdraaien van de laatste bel, die scherp te horen is als indicatie van hun tijdelijke vrijheid.
De dag is voorbij en de zon gaat langzamerhand onder en terwijl dit gebeurt verandert het geïrriteerde gebrom in warm geroezemoes.
De schoolbanken hebben de energie van onze scholieren weggezogen en met bezwete voorhoofden tonen ze blijmoedig en hongerig elkaar hun glimmende tanden druipend van het kwijl. Het avondmaal kan genuttigd worden.
Na vele jaren intensieve arbeid, hebben de meesten scholieren er vrede mee gesloten dat er geen ontkomen aan de zware onderdrukking van de docenten is en dat elke stap die ze nemen om de dag tot een eind te brengen, een stap dichter bij het graf is.
Op enkele dagen echter, wordt de met Axe volgespoten mannenkleding vervangen door een net pak en krijgen de vrouwelijke scholieren de gelegenheid om hun haar los en charmant krullend te dragen.
De jaren in de schoolbanken hebben onze held beroofd van zijn eetlust en zin tot drank, maar wanneer die lust eenmaal werd aangewakkerd door de soms gunstig gezinde docenten, dan konden de scholieren de door woede brandende magen blussen met alcohol op eindfeesten.
Andere dagen, buiten de school om spreken de leerlingen op serieuze toon met elkaar. Nooit afwijkend van de cijfers en datgene wat zich het meest prominent manifesteert in hun bestaan: de fysieke inspanning die dag in dag uit geleverd moet worden aan de grootbuikige schooleigenaren.
Zelden doorbreekt een glimlach hun monotone manier van spreken. En wanneer dit gebeurt, is het de agressie die zich thuis afspeelt tegen de jongere broer of zus dan wel de ouders die het wagen te vragen hoe hun dag was.
En deze levenswijze volgt de volgende generatie als een schaduw achterna, onlosmakelijk verbonden met henzelf.
En na zo vijfenzestig jaar geleefd te hebben, sterft men de gelukkige scholierendood.
Zo ook zou onze held geleefd hebben, als trouwste werker van de school.
Hij is het knapst, het sterkt en het meest intelligent. Desondanks in zichzelf gekeerd en respectloos tegenover elk gezag. 
Zo gebeurt het op een dag dat hij toevalligerwijs een humeurige medescholiere tegenkomt die een snauwende opmerking maakt betreffende zijn kledingdracht.
Scherp en oneerbiedig als hij is, bijt hij deze nors kijkende dame van zich af, maar waarvan hij zich niet los weet te wrikken. is het idee van de onderdrukking dat hem is aangepraat.
Zie je, vroeg hij zo zichzelf, het is niet alleen ik die zo gekleed is en gebukt gaat onder het regime van de school. Het is het ook de medescholiere zelve die haar frustratie uit door haar tekort aan voldoening, aangezien iedereen en allen hetzelfde is gekleed. In de Abercrombie en Fitch mode.
En zo valt hem de ene nors kijkende scholier op na de ander, de scholieren die als een groep wolven klaar zijn om het gezag omver te werpen.
Onze held weet vanaf dit moment wat hem te doen staat.
Hij zal  zich ontrukken aan de schaduw die hem als achttien jaar lang volgt. Deze keer zal hij de school tonen wat het betekent om gezamenlijk het goud te onttrekken van de leraren en als een gezamenlijk genootschap erboven op te zitten.
Zo is er een vuur in hem aangewakkerd, waarna hij zich een weg baant door de dikke pak sneeuw en met gestrekte armen tot de grijze hemel roept:
‘Kameraden. . .’ hij is nog maar net begonnen met zijn zin of de medescholieren pakken hun mobiele telefoons om het spektakel te filmen.
De moed zakte hem in de schoenen en hij laat zijn schouders zuchtend omlaag hangen, diep in de kraag verscholen en met zware tred verzet hij zijn ene voet na de andere, hierbij een diep spoor achterlatend in de grijze natte sneeuw.






Monday, 2 February 2015

Essay on Freedom (Existentialism)





Theme 5 - Ethics
‘All systems of morality are based on the idea that an action has consequences that legitimize or cancel it. A mind imbued with the absurd merely judges that those consequences must be considered calmly. It is ready to pay up. In other words, there may be responsible people, but there are no guilty ones.’’
-Albert Camus, The Myth of Sisyphus (1942)

Whenever I think of Camus, I wonder what stops us all from committing suicide. After all, according to the existentialism, life has no meaning.
Life is always an intense battle between becoming someone you want to be and coming to consensus with whom you were in the past.
Thrown into the world without an essence and forced to use the world to your advantage as disadvantage to become who you want to be.
This paradox of existence is something that only a human has to undertake, because we have the fortune as misfortune of being able to reflect on who we were, who we are and who we want to be.
With this grand task that has to be carried out throughout our whole life, what exactly is this paradox I am speaking of?
The paradox I am speaking of is the paradox of freedom in our existence.
Every single one of us, no exceptions made, has been thrown into this world without our consent or our disagreement. We never had the choice to reflect on the world we are thrown in. Namely, for such a thing to take place it is necessary for us to be able to have a consciousness, that makes us take every step we are going to take in consideration and then ask itself the question: Do I or do I not want to be a part of this world, as this person in this environment?
And this isn’t the case. Consciousness and self-reflection can only take place the moment it can even out events to one another that take place in the subjective and physical world and to then take the conclusion whether its actions and the consequences of these actions appeal to it or not.
Which simply means, there was no I before the existence.

I can now state that we have been born completely freely, without any strings attached to us that swing us towards the path of life we are obligated to follow.
The paradox of existence is this: with every decision we take, we become less and less free.
With every observation and thought we encounter, we are filling ourselves with information and becoming less free. Less free in the sense, that it is difficult for us to begin from a total point zero and then work towards an alternative style of thinking and living.
The unfortunate part is, that we can’t blame the invisible strings for what we have become. We can’t blame our environment either.
After all, weren’t we thrown freely into the world to make any choice we want?
Sartre would be nodding yes, because you always had the choice to do something else; now that you made your current choice, it is necessary for you to take the consequences and live with it.
With that said, with every step we are taking we have become less and less free. We have become a slave to our own existence, because there is no escape and there is no one else to blame except for you.

This raises the next question: why don’t we all just commit suicide?
Life sounds difficult, it seems pointless and I have just shown you that we have no one else to blame except ourselves.
The answer I am going to give you is very simple.
Although many claim that suicide is an act of freedom, it is in my eyes an act of imprisoning yourself forever.
By committing suicide, you are not freeing yourself from this world.
No, you are taking away any possible chance of becoming another you. You are taking away your freedom of choice, how limited those choices may seem; because by being dead there is no chance that a person can realize and manifest himself in this world anymore.
This shows us that we have no choice but to exist.
And this is the grand paradox of being human and the freedom of choice.

Camus states: ‘’A mind imbued with the absurd merely judges that those consequences must be considered calmly. It is ready to pay up.’’
-The Myth of Sisyphus (1942)
With that said, he has made a select group of people who have this special mindset and they are willing to take any consequences that come out of their actions.
Suddenly though, he draws the line from this select group of people, to all the people that exist.
‘’There may be responsible people, but there are no guilty ones.’’
What does this say about his statement? I can only conclude that Camus assumes that every person on this planet thinks about every action he makes and is willing to accept the consequences that it brings.
That is not the case and I will explain why.
The moment we have been thrown into this world, we had nothing to work with. With that I mean, we had no moral structures, we didn’t even have the ability to speak. Is it possible to accept of a baby to take full responsibility of his actions, when there was nothing before his existence and almost no information after his existence?
Now let me extend that a bit more.
In our life, we never are able to predict all possible outcomes of every possible action in whole the world. Instead we merely narrow down, by past experience, the best possible action we can take at that moment without being one hundred percent sure of the outcome. We only assume the most plausible outcome possible.
That is why I used the baby as an example. We have nothing to work with at the beginning, but the more we live the more narrow our choice of actions become; this doesn’t mean that we can be more certain about the outcome with every year we age.
With that said, what Camus assumes is not something that is, but how it should be.
It is very important to make this distinction between something that is the case and something we think should be the case.
And unfortunately what is the case is the fact that we can’t take full responsibility of our actions.
However, as I have stated before, we can use the world to our advantage and make ourselves into something we want to be, with the unfortunate side effect of always being in risk of being guilty of immoral behavior.
Fortunately though we can narrow down this risk by learning the system of morality and using it to our advantage.
After a large period of time we have learned more and more and we will never be finished with learning, because there are always unpredictable situations that urge us to learn more about our morality and ourselves - although having learned enough to function properly in our society.

With that said, we have learned that behind every action lie consequences that we are responsible for.
However, I can’t make the claim that we aren’t guilty, because we are.
This merely means that with every immoral action that goes against the systems of morality, we learn where we can line the borders of our freedom.
And everyone that crosses that border has never understood the long and hard road that took us towards the border of the systems of morality.

Sunday, 18 May 2014

About the Everything in the Nothing (Metaphysics)

‘In this world which we enter, appearing from nowhere, and from which we disappear into a nowhere, Being and Appearing coincide.’

-Hannah Arendt, The Life of the Mind (1978)


I felt rather delighted when I read the quote of Hannah Arendt, because there is nothing as subjective as metaphysics itself and the interpretation of it.
Neither of us can be wrong.
However neither of us can be right.
I will try to interpret the quote of Arendt from my own perspective and then try to extend this quote by adding some of my own philosophy into it.

The quote begins with the rather confusing words ‘In the world which we enter’.
That sentence alone has so much more meaning behind it than the 6 words you read, that I had to mention it separately.
We enter from somewhere in this world.
So there is another place above our observation from where we enter our current world.
Another place that is the big nowhere and nothing, which decides to throw us into our current world and then when it’s over, it takes us back to a nowhere.
What is Arendt actually trying to say that happens the moment we are thrown inside this world?
What do we gain the second we are born which we lacked before our birth?
To be born is the moment that human observation takes place.
The moment you come out of a nowhere and you suddenly experience everything.
I can only imagine that as a huge climax in which the senses experience perception.
Breathing for the first time after being inside the water for too long.
Breathing after being inside a nowhere for too long.

Her quote references to the Greek philosopher Epicures, who said this:
When we are, the death isn’t, when death is then we aren’t.
Death is the disappearance of our human senses.
When we die, those human sense die with us.
This means that we end up back inside the big black ocean of nothing and cease to experience every form of human senses.
Arendt says that being born and dying coincide, the only difference is that it takes place in another order.
And I have to give her right, subjectively speaking.
But that’s the whole point.
It is very subjective.

One thing that triggered me a lot is that Arendt made a difference between the world, which we enter and the world where we enter from.
She clearly states a world which we enter, which means we enter from another place: namely a nowhere.
A separation.
Objective and subjective.
Objectivity is the transcendent place that we cannot experience the moment we are born and we go back to the moment we die.
This is the place where no form of subjectivity exist.
Subjectivity is perspective in which we use human senses as means to process information we gain from the outside world which we then experience all individually in a unique way.
That is exactly the crucial point that I want to discuss.

And just like Arendt I believe in this separation.
Everything around us is the result of the human subjectivity and what the humans decide to do having this subjectivity.
And the most difficult part of subjectivity is the fact that it’s so unique.
So extremely unique that no other person can process the world the way you can process it.
It can even be problematic.
People can start having arguments due to this because they just don’t understand the world of one’s experience.
That’s what I want to bring across; be aware of your uniqueness and even embrace it.
But do know that due to being so unique, it is also very difficult to deal with subjectivity when you are confronted to understand another person’s perception.

So beginning by the begin.
What does it mean to be born?
Being born is exactly the separation in which the objective essence that exists in all of us is released into the world.
When that takes place, our objectivity is gone for the rest of our life until death.
Why is that?
Because we have been released from the transcendent into the worldly.
We have been put inside a complex thinking machine that always wears pink subjective glasses and experiences the world from his own perspective.
Leave the homo sapiens for what it is.
We are the homo subjectiva.

But going back to Arendt, can we even be sure that we come from a nowhere and disappear in a nowhere?
I can firmly say, I don’t know for sure.
Having my subjectivity as limit I can only use my unlimited fantasy as to how that objective world looks like.
The limit of my subjectivity can also mean the limit of how I experience world using my senses as means.
And this the subjectivity has layer over it of the education we have gained through life and the people we have met.
With other words, it is a big nowhere solely because our subjectivity doesn’t allow us to know for sure what the transcendent is.
But what gives me grip is the capacity to use the ratio, which is for me the closest form of gaining pure knowledge even though I’m sure that it still stained by my subjectivity.

What I noticed furthermore is that Arendt only quotes about being born and dying, she skips a big part I would like to discuss.
Namely life.
What does it mean to live knowing the theory I brought about earlier?
What is that one force that makes us want to keep going?
It’s something I would like to indicate with the term ‘Love’.
This term does not have the meaning we would add to it nowadays
Love it the undeniable urge to go back to the objective world.
And until that we live our lives with one goal and that is to experience our subjectivity to its fullest.
When we are thrown into this world we wear our subjective glasses from the very beginning until the very end.
This subjective view is being layered and twisted and turned by our environment, but never changed.
What subjectivity does is taking those experiences inside the big complex machine and then experience its very own and unique way.
Putting two people in exactly the same home and letting them grow up exactly the same way does not program them into robots who are copies of one another because they solely grew up in the same environment.
I am definitely not denying that our environment plays a huge part in who we become later.
Our environment gives us the options of showing different way of how to experience our subjectivity.
But it never changes the subjectivity we already have.
However, what plays an even bigger role is our perspective and what we decide to do with the data that we gain from the outside inside our complex machine.
That is exactly the point I everyone to be aware of.
Know that you are unique and try to understand that the other is.
Never make the foolish mistake of trying to put yourself in the shoes of another.
You simply can’t; there is always a big layer of subjectivity that denies us the possibility of seeing everything the same way.
The only solution would be pure logical thinking or ratio.
This comes closest to thinking in a transcendent manner; namely by analysing every little thing you think up and knowing that this is something you gained from your environment.
Or by throwing away all dogmas and prejudices you gained in all these years.
Only this way we can try to understand each other the best.
And if you don’t have the capacity to do so, try to embrace subjectivity on its own for what it is and leave the other to do the same.

The last point I will discuss is death.
When we die, all of these collective experiences come together into the big nothing (or objective world) and I by God do not know what happens there, but I can conclude one thing that we have in this world which does not exist in the objective world.
Subjectivity.
The capacity to experience life from a unique perspective.
The only thing that does is the absolute opposite of the objective world.
Experiencing ourselves and our uniqueness.

Concluding as Arendt said, we disappear into a nowhere.
And I fully agree on calling it a nowhere.
Losing the capacity of seeing the world from our own perspective gives us the opportunity to call it a nowhere, because that is exactly what it is in our eyes for whom nothing except the subjective world is known until death unites us.