Search This Blog

Tuesday, 4 August 2015

Neo-Feminisme

(Het slechste stuk dat ik tot nu toe in mijn leven heb geschreven, ik erken elke fout en misvatting, maar ik weiger het bestaan ervan te ontkennen en ik heb er sindsdien van geleerd door me te storten op de Tweede Sekse van Simone de Beauvoir)

Actueel gezien schijnt de vrouw momenteel te balanceren tussen enerzijds een goddeloze oceaan van vrijheid en anderzijds de objectivering van het ideaal beeld van de vrouw. 
En jazeker is het niet mogelijk om het feminisme te bespreken zonder de existentialiste Simone de Beauvoir erbij te betrekken, die uitvoerig het beeld van de moderne vrouw had samengevat in haar boek 'La Deuxième Sexe".
En zeker was zij het die de positie van de vrouw zo gesterkt heeft als een schepsel gelijkwaardig aan de man in elk opzicht. 
Van jongs af aan is het immers duidelijk dat opvoeding per sekse enorm verschilt.  Waarin de man meestal beloont en geprezen wordt voor zijn mannelijkheid, wordt de vrouw altijd al in een discreet hokje geplaatst van schaamte en kuisheid. 
Denk hier bijvoorbeeld aan de schuine grappen temidden van jongens of het feit dat jongetjes van jongs af aan al een bijnaam krijgen voor hun geslachtsdelen waarmee er op een speelse wijze wordt omgegaan door beide ouders. Echter bij het meisje moet men hiervan afzien en wordt dit gedrag als ongepast gezien, zowel door de ouders als later door het meisje zelf.
Nu ben ik hier niet om andermans filosofie uiteen te zetten, mocht u hier meer over willen weten, dan adviseer ik het boek van madamemoiselle de Beauvoir.

Ik zit hier echter met een vraagstuk, waarin ik me eindelijk heb gerealiseerd dat het onderwerp feminisme een van de moeilijkste en diepste filosofische onderwerpen is die je kan vinden en dat men het niet licht moet nemen om de basale existentie voorwaarden van een deel van de mensheid met een korrel zout te nemen. 
Zeker niet zelfs, men behoort hier met volledig verstand en nauwkeurigheid betrokken te zijn bij de zaak. 
Mijn innerlijke strijd bestaat hier uit dat de moderne wereld óf het vrouw zijn  schijnt te vieren óf juist meer dan ooit ons van onze waardigheid ontdoet. 
De grenzen van het vrouw zijn lijken verder gelegd te zijn, denk aan baan mogelijkheden, vrije seks, de vriendschappelijke verhoudingen tussen het ene geslacht en het andere.
En ik kan niet anders dan enorm dankbaar zijn voor deze morele vooruitgang, die ons jaren heeft gekost maar ervoor heeft gezorgd dat de menselijke geest niet enkel potentie heeft, maar ook tot vervolmaking kan komen van de redelijkheid. 
Maar nu moet ik iets anders daar tegen werpen. 
Deze nieuwe vrijheid, deze mogelijkheden tot uitoefening van de ik, doen mij ook trillen van angst wanneer ik zie welk beeld men van de ideale vrouw heeft gecreëerd.  
En daarmee bedoel ik de media, die de vrouw niet onafscheidelijk kan zien van haar uiterlijk en van haar uitoefening van de haar biologisch gegeven seksualiteit.
Normale vrouwen zie ik amper, enkel lustobjecten met iets meer inhoud dan voorheen. Zelfs nu meen ik dat de ideale vrouw van vandaag niets meer is dan een huppelkut met twee hersencellen meer dan gisteren. 
Hier geef ik niet de media de schuld van, aangezien media niet in eenrichtingverkeer werkt. Zodra er geen kijkcijfers zijn, houdt men het ook niet lang vol in de televisie business. 
Het is enkel en alleen aan ons te verwijten dat vrouwen nog steeds in een sfeer van onzekerheid leven. Hetzij over hun uiterlijk, gezien de modeindustrie, hetzij over hun intelligentie waar naar schijn minder aandacht aan gegeven wordt dan aan het objectieve beeld van de vrouw. 
Om diezelfde reden weiger ik ook mijn gezicht te laten zien bij elk werk dat ik schrijf, omdat het voorheen zo slecht werd ontvangen dat ik me schaamde over de invloed die het vrouwelijk uiterlijk kan hebben met betrekking tot de inhoud van het geschreven werk. 
Als laatste meen ik niet dat mijn opinie ultiem is. Elk jaar verbeter, verander en realiseer ik meer te kunnen begrijpen en inzien. 
En ik begrijp dat mijn kennis enkel relatief is naarmate ik ouder word en meer lees. 
Desondanks zie ik deze opinie voor nu als een noodzakelijk waarheid totdat ik van mening verandert kan worden richting het tegendeel.
Wat feminisme betreft heb ik daar nog mijn vraagtekens bij.

Haast

Ik meen dat mijzelf goed kan beschrijven met enkele steekwoorden, waarmee ik de essentie vastpak van mijn aangemaakte en gekozen essentie. 
Aangemaakt in de zin dat ik in confrontatie met de wereld  noodzakelijke terugkerende reacties heb geuit jegens de buitenwereld in een herhalende cyclus, wat men in het dagelijks leven aanduidt met karakter, persoonlijkheid, ik.
Gekozen in de zin dat ik graag deze emoties wil ervaren, ik vecht er niet tegen, ik meen dat ze noodzakelijkwijs het gevolg zijn van mijn handelingen en op die manier kan ik niet anders dan te accepteren dat wanneer ik handel, wanneer ik in de wereld ben, deze handelingen en consequenties niet anders kunnen zijn dan van mij.
Hen ontkennen is mezelf ontkennen. Daarnaast echter, vecht ik er ook niet tegen om deze emoties níet te hebben, je kunt zeggen dat ik een bepaalde band ermee heb, een verslaving wellicht. Ik ben een willige verslaafde in dat opzicht.
Mijn steekwoorden hierbij zijn dus: eenzaam, teleurgesteld, esthetica, koffie, ouderwets. 
Woorden die traagheid met zich meedragen, geduld en energie. Geduld heb ik veelal, de meeste meen ik niet. 
En hoe is het mogelijk iemand te verwijten voor het niet hebben van geduld wanneer de basis van onze maatschappij gelegen ligt in het pragmatisch handelen?
Dat wil zeggen, handelen op zo een manier dat wanneer het werkt, het goed is. 
Het ''zolang je haar maar goed zit principe tegen maximale inspanning''-filosofie. Is er enkel verwijt te maken jegens de drang naar efficiëntie, praktisch denken, het neo-ideologische beeld van vooruitgang, terwijl we kunnen constateren dat onze voortuigang enkel betrekking heeft op technologische vooruitgang en de vooruitgang van de geest, van het denken, van het moreel handelen op standby staat. 
En men behoort te weten dat geduld en begrip nauw verbonden zijn met elkaar, het een heeft noodzakelijk de ander tot gevolg. 
Snel, snel, geen tijd te verliezen, enkel begrip en inzicht.
Geduld om iemand anders te laten uitpraten is nu wachten op je eigen beurt om gelijk te kunnen krijgen. Snel, snel, want tijd is geld. Mijn geld, mijn tijd. 
Wederom de vraag, kan ik verwijten maken tegen dit gedrag? 
Zeker niet, omdat ik mijn tijd heb kunnen doorbrengen in het niet werken, niet socialisen, niet een individu zijn temidden van de menigte, maar een individu in de eenzaamheid. 
Zeer contraproductief voor de maatschappij durf ik te stellen, maar daarnaast kan ik ook 'egoïsme' toevoegen aan het rijtje steekwoorden.
En wanneer men dat weet zullen ze begrijpen dat ik er niet op uit ben om hen van gedachtes te veranderen, aangezien ik de interesse daarin mis, kan men eindelijk realiseren dat dit een alarmpje is om eindelijk over jezelf na te denken, ik ben immers er niet op uit om je van mijn ideëen te overtuigen.
Wel vraag ik me ten zeerste af, hoe men zelf ervaart om het is om altijd in haast te leven. Hoe is het om alles snel te moeten doen zonder enige tijd voor evaluatie van je handelingen?
Nee, dit zijn niet per se filosofische vraagstukken die ik presenteer, dit is de bodem, de pure essentie, de vraag waarover men behóórt na te denken, wil hij of zij eindelijk voor zichzelf kunnen leven. 
Dit zijn vragen die je behoort te contempleren, om met gerust hart te kunnen slapen, wetend dat ook jouw existentie als waardig kan woren geacht. 
Niet door de maatschappij, door de ander of door het idee van Jezelf. 
Ik bedoel hiermee, jij en jij alleen die boven de ander uitstijgt, naar de hemel kijkt en realiseert hoe nihiel en insignificant onze existentie is, maar toch noodzakelijk voor jou en jou alleen.
Maar wat zou het toch als je weet dat je verstrikt zit in een web van andermans verlangens, dat je al lang niet leeft voor jezelf, maar omdat anderen het nodig hebben dat je voor hen bestaat?
Dan zie ik het als des te belangrijker dat je uit je standby modus komt en actief met jezelf een gesprek voert, waarin je het subject wordt in je bestaan in plaats van het object in andermans. 
Veel kan ik niet kwijt over de belangen van het menselijk bestaan, maar wat ik wel kan zeggen en daar zal ik nimmer aan twijfelen is dat vanaf de Big Bang tot aan het doven van de laatste ster in ons heelal, het nimmer voorkomen dat ik met dit uiterlijk, met deze mentale kenmerken, gewoontes op deze betreffende plek op dit moment in tijd zal leven.
Tamelijk uniek, niet?

De Stoa

De Stoa. Een filosofische stroming die de weerspiegeling was van het hedonisme van Epicurus. 
Een stroming waarin de ratio menner was van de paarden der verlangens. 

Ik schrijf dit stuk omdat het me pijn doet hoe negatief geladen het beeld is van de Stoa. Machinaal en pragmatisch, waarin menselijke emoties verdrukt worden tot het niets.  Nee, ik betoog juist dat de filosoof Seneca een helder beeld had van de menselijke gewenning en gewoontes, van onze gevoelens, verlangens en idealen. Teleurstelling en zelfverwijt.

Het eerste probleem waar we mee te maken hebben is de menselijke interpretatie. Vaak een zegen, wat de sociale interactie bevordert.
Echter wanneer we te maken hebben met oude denkbeelden, wereldbeeld en ladingen die de woorden hebben, moet ik grijpen naar de filosoof Wittgenstein, die het volgende meende: Woorden zijn niet enkel woorden die sociale interactie bevorderen, ze kunnen ook scheidend werken. De mens is in zijn opvoeding geprikkeld met de betekenis achter elk woord, of het nu concreet of abstract is. Maar aangezien we de mens als individu moeten nemen, is het meer dan logisch te concluderen dat hetzelfde begrip bij twee individuen een verschillend beeld opwerkt in de hersenen. Zo kan men over hetzelfde praten in de materiële wereld, maar is de abstracte wereld met zijn gedachtes bij totaal iets anders, waardoor miscommunicatie plaatsvindt.  Natuurlijk zijn we ons hier niet bewust van, omdat we menen hetzelfde begrip te hanteren. 
Dit is wat ervoor kan zorgen dat de Stoa als zielloos en machinaal geïnterpreteerd kan worden. Plaatst men het in de context, van tweeduizend jaar geleden, dan behaalt hij helder inzicht.
Want het is in deze maatschappij waarin men het neo-romantieke beeld van gevoelens niet kent, gevoelens die wij als muze van de  bohème zien.  Romantisch en menselijk, emoties die naar buiten gedragen moeten worden om onze individualiteit te bestempelen.  
Nee, dit is niet hoe men ernaar behoort te kijken. De Romeinse maatschappij was een maatschappij waarin sociale interactie het vaste principe was. Indivualiteit kende men niet omdat men deel was van het groter geheel, de Staat.
En voordat dit dystopische beelden van  Big Brother opwekt, realiseert u zich dat men de de Staat zag als speelruimte, als mogelijkheid tot zelfverwerklijking.
Dánkzij de maatschappij ben je wie je bent, dankzij de staat en de existentie van de ander heb jij een reden om elke ochtend op te staan en je in te zitten voor het leven.
Immers zoals Seneca zegt:

"Als we alle sociale interactie opgeven en breken met de mensheid, als we enkel en alleen leven voor onszelf, zitten we in een isolement dat geen enkele betekenis meer heeft. Met als gevolg dat we ook niks zinvols te doen hebben." 
-Seneca, Innerlijke Rust, blz.25

Op die wijze moet je de Romeinen zien als een onderdeel van de staat, mensen die constant in de gemeenschap leven en de druk ervaren van het handelen. Niet per se altijd direct voor de ander, maar wel op een zodanige wijze dat je nuttig bent voor zowel je zelf en de staat. En in die interpretatie van vrijheid zit de Stoa verscholen. Niet in onze neo - romantische beeld die enorm beïnvloed is door het existentialisme. Ik meen dus dat Seneca op een meta-niveau naar emoties kijkt en met zijn Romeinse beeld ontevreden is over de zaak. Net als veel andere Romeinen dat waren, waar ik ze geen ongelijk in kan geven. 
En ja, ongelijk kunnen we hem niet geven als we naar deze interactie kijken tussen mens, staat en innerlijke rust. Hevige emoties kunnen dan zeker averechts werken.
Seneca echter ontkent de relevantie van de emoties niet, maar soms kan men zich verliezen in zichzelf en de kijk op de zaak volledig achter laten.
Je mag zelfs je emoties ontarmen, omdat ze deel van je zijn, maar, let op, net als een schip op zee zijn er tijden waarin je in de storm je heldere verstand verliest en wild gaat handelen, terwijl juist dan je boven de storm moet stijgen om jezelf en de bemanning te redden.

Overigens is de moderne maatschappij vervallen in een soort hippie stadium, waarin verzet tegen elk vorm van discipline en richtlijnen gezien wordt als een beperking van de vrijheid, terwijl de opvatting hiervan onjuist is.
Niet is het beheersen van je emoties een beperking van de vrijheid, niet is het kunnen rationaliseren van je bestaan een beperking van vrijheid, niet is het willen zin geven aan je bestaan een beperking.
Ja, we gaan uiteindelijk allemaal dood (een vaak gebruikt argument), discipline en orde en handelen hebben dus geen zin.
Goed, nou en? 
Wil dat zeggen dat ik mijn bestaan de prullenbak in moet werpen? Wil dat zeggen dat ik moet ontkennen dat mezelf moet vervolmaken? Wellicht wel, maar dat doe ik niet. En wel om deze inspirerende uitspraak van Seneca:

"Niet durven doen wat je wilt of niet bereiken wat je wilt, blijven hopen en daar helemaal in opgaan. (...) Ja, zo krijg je mensen die hun eigen vrijheid haten. (...) En wat krijg je dan? Reizen zonder duidelijk doel, mensen die de kusten afzakken, nu eens over zee dan weer via land. (...)
Zoals Lucretius het zei:

"Op die manier vlucht ieder voor zichzelf."

We moeten dus beseffen, niet de locaties zijn ons probleem maar wijzelf. Wij zijn niet sterk genoeg om alles vol te houden. We kunnen niet langdurig tegen hard werk of leuke dingen of one zelf of wat dan ook. (...) door vaak van plan te veranderen kwamen ze weer uit op hetzelfde en hadden ze dus geen ruimte meer voor iets nieuws. Zo kregen ze weerzin van het leven, tegen de hele wereld, en rees bij hen dat decadente gevoel: "Meer van hetzelfde...Hoelang nog?"

En aangezien de wereld onze speelruimte is, onze enige kans misschien om iemand te zijn. Niet omdat het zinvol is voor de wereld,  of fuck it, zelfs voor de Staat of de Ander.
Nee, het gaat erom dat wij onszelf in dermate in waarde achten dat we onszelf en de zinloosheid ontarmen en kunnen inzien, ik mag elke kant opgaan die ik wil, want stilstaan kan ik ook na de dood. 

Arrogantie

Ik sta vaak te kijken van mijn eigen arrogantie.
Ik loop over straat en merk dat men mijn aandacht wil. Vaak is het op een charmante wijze, waarop iemand vraagt of diegene bij mij wil zitten. Vaker is het de simpelere methode waarbij men met geluid en wilde armbewegingen signaleert dat diegene mij bij zich wil hebben. 
Ik heb de gewenning beiden te negeren, redenen daartoe zijn een los verhaal. Echter, wat mij doet verbazen over mijzelf is mijn emotionele reactie jegens ieder van hen. 
Gezien mijn halfomslachtige nihilistische kijk om de wereld en anderszijds mijn existentialistische (d.w.z. vrij geboren zijn op deze wereld en de vrijheid om jezelf te scheppen) heb ik altijd de nadruk erop gelegd aan mijzelf hoe belangrijk het leven van een individu is. En dat men, hoe slecht je diegene ook kent, het verdient met waardigheid behandelt te worden. Niet uit respect voor de desbetreffende persoon, maar uit respect voor de mensheid, wetend uit materialistische overwegingen dat die persoon die zich in zijn tot nu toe gemaakte volmaaktheid presenteert aan jou, grotendeels een product is van sociale structuren, onderwuste lusten en verlangens en aangeleerde gewoontes en gewenningen. 
Ik kan enkel een diepe bewondering hebben voor elk mens. In elk persoon manifesteert zich een unieke, doch gelijksoortige vervolmaking van de maatschappij. Niet is het enkel dat vele individuen een maatschappij vormen, in elk individu komt de maatschappij tot uiting. En ik sta met open mond, met grote ogen vol bewondering naar de mens te kijken. Elk mens, want ieder draagt grootsheid met zich mee. Onbewust wellicht, maar dat wil niet zeggen dat ik er geen weet van heb en dat is mij genoeg. 
Elk individu is net een klein wonder, zou ik zelfs kunnen zeggen.  Een god misschien zelfs, gecreëerd door andere goden die toeziend vanaf de Olympus  hem de gaven hebben gegeven waar hij nu over beschikt. Of het nu lezen, wetenschap, koken, wandelen of schrijven is. Elk individu uit het gezamelijk concept op zijn of haar eigen manier. Gezamelijk, maar toch uniek. Begrijpt u waar ik op doel?
De mens is een gezamelijk individu.
Hoe dubbelzinnig!  En ik kan zelf als individu niet anders dan daar voor opstaan en applaudiseren.
Bravo mensheid! Bravo voor uw complexe manifestatie in deze wereld! Bravo, dat u de schrijvers van deze tijd een reden tot schrijven geeft, de filosofen een reden tot denken, de lezers een reden tot het liefhebben van de letterkunde. Dank u wel, dat het lezen gevuld kan worden door een oneindige pad der mogelijkheden der kijkwijzens die mij door ieder van u gepresenteerd wordt, waarbij ik wellicht aan mijn pad des levens kan twijfelen, maar dat is me egaal. Juist dáárom verheug ik mij zo.
Ik twijfel, dus ik denk.
Ik denk dus ik besta.
Dat is hoe ik de wereld zag en toch kriebelde het mij soms. Dan kan ik het niet laten om te dalen van mijn idealistische kijk op de wereld en me opeens bewust te worden van mijn omgeving. De dromerige kijk op de mensheid is wel leuk en aardig, maar hoe zit dat in de werkelijkheid? Is deze verheerlijking er wel? En dan kijk ik om me heen. Mensen veranderen van conceptdragers naar geëvolueerde dieren. Ze zijn niet enkel de goden voor wie ik ze zag, ze zijn vaak meer dier dan god zelfs. Lusten beheersen, gevoelsmatig denken in plaats van doordacht redeneren, de massa die in clones van elkaar veranderen. Weg individualisme!
Hoe pijnlijk is het om zo van je droom wakker geschud te worden. Dat er blijk is van een verschil tussen de theorie over de mens en de praktijk van de mens. Denk ik de waarheid gevangen te hebben, dan ontsnapt het me, dan kan er iets gebeuren wat me uit mijn humeur brengt en de dierlijkere kant van de mens naar boven doet brengen en de goddelijkheid verduisterd. 
Ik denk hier aan wanneer ik zorgeloos over straat loop en merk dat ik nagekeken word door mijn af en toe excentrieke manier van kleden. Het doet mij geenzins pijn dat men mij nakijkt door mijn manier van kleden, wat mij kwelt is dat ik opeens realiseer dat de mens niet enkel bestaat uit goddelijke en verheerlijkte concepten. Werkelijk is het dat zij geen waardering hebben voor de individu in de maatschappij en daarbij geen waardering voor hun bijdrage aan de maatschappij die mij ertoe heeft bewogen om me dusdanig te kleden. Dat het in de praktijk enkel een opppervlakkige uiting van het concept is, zoals normaliteit, eigen smaak, eigen wil, zonder enige vorm van individualisme. Het lijkt alsof ik van verdiepingen hoog op weg naar de Olympus neerstort in de moerassen van de aarde. Dat mijn beeld een wazig was en verkeerd was, dat ik niet de waarheid te pakken had, maar de waarheid-in-schijn: idealen. Een veel gemaakte verwarring van mij en wellicht van u ook. 
De donkere wolk van het nihilisme daalt op me neer en er is regen, onweer en bliksem. Wat maakt het uit om ook maar iets te doen? Ik zal het nooit goed hebben, ik zal de mens kunnen interpreteren. Laat ook maar zitten, het hoeft niet meer. Ik wil alleen zijn.
Ik ben verraden. 
En ik vraag mezelf af, wie ben ik om waardig behandeld te worden? En wat is het om anderen vanaf het begin in waardigheid te laten, met de kans dat het niet terug gedaan wordt? Het gevoel neemt de overhand.
Ik begin dan enkel hen te waarderen die mij ten eerste waarderen. Een glazen houding, bijna verbitterd zou ik zelfs willen zeggen loop ik door de straten en kijk met bewolkte ogen om me heen. Niemand is het waard om waardig behandeld te worden, ieder van jullie bestaat uit een stel idioten, zeg ik zo  mezelf. En met dit gewicht loop ik enkele dagen rond, enkel respect gevend aan hen die de eerste beweging maken. Hen die dat weigeren, negeer ik of erger, ik kijk op hen neer. 
Enkele tijden verdraag ik het zo te leven, maar de eenzaamheid van de geest kan knap benauwend zijn. Niet enkel ben ik fysiek alleen, maar mijn gedachtes kan ik nergens plaatsen. Niemand acht ik immers waardig genoeg om mijn gedachtes mee te delen. Zodat ze er wat mee doen? Onbegrip tonen? Liever niet, spreek ik zo in mezelf. 
(N.B. Dit is het gevoel wat nog steeds de overhand heeft.)
Er is weinig voor mij om me over te verheugen, ik kan niet de deur uit zonder een gevoel van zinloosheid. Thuis heb ik weinig zin in lezen, want ik meen mensen gezien te hebben die het klaarblijkelijk zonder prima redden. Het antwoord heb ik toch niet in de boeken gevonden, dus laat Camus voor wat het is, stel ik mezelf zo voor.
Dit gedrag ik niet enkel irriterend voor mijzelf, maar meer voor mijn omgeving. Ik trek me er weinig van aan, omdat de rebel in mij zegt dat ze er toch niks van begrijpen. Ze drijven aan de oppervlakte van de normaliteit en de overige aangenomen sociale structuren van de maatschappij. 
Maanden gaan voorbij op deze wijze, ik heb ook minder zin om op mijn uiterlijk te letten, noch mijn eetpatroon. Deze levenswijze draagt bij aan een nog meer humeurige kijk op de wereld. 
Desondanks kan het zo gebeuren, dat er iets gebeurt wat buiten mijn controle valt. Geluk, puur en dom en onvoorspelbaar geluk kan in een handomdraai een verandering aan alles brengen.
En dit geluk kwam ironisch (ik lach erom al schrijvend) in de vorm van datgene waar ik zo teleurgesteld in was geraakt: mensheid. En het kwam in de vorm van vriendschap. 
Hoezeer onderschatte ik het, want wederom was ik de fout ingegaan. Dit keer echter had ik datgene wat ik voor ware vriendschap, met andere woorden Menschen-Liebe (liefde voor de mens), aangezien voor ware vriendschap van mij kant. Enkel begrip tonend en nooit vragend naar iets terug, waarna teleurstelling dit gevoel aan mij ontnam. Niets was minder waar, wanneer bleek dat ware vriendschap niet ver lag. Hoe blij was ik dat ik de bittere vergissing in was gegaan om mijn Menschen-Liebe te verliezen, om het daarna wederom terug te krijgen. 
Immers, water smaakt het meest zoet na lange dorst. Vrienschap van verschillende groeperingen. Groeperingen had ik allen over een kam geschoren, vergetend dat de individu nog in de massa bestaat zelfs wanneer de massa drukkend kan zijn. 
Het vertrouwen keerde langzaam terug, maar in een andere vorm. Zeker was het Menschen-Liebe dat in mij gewakkerd werd, maar de sfeer voelde aardser aan. 
Anders dan wanneer ik vroeger een vergoddelijking zag van de mens, realiseerde ik nu mijn eigen dierlijkheid te zien, Ik begreep dat ik niet buiten alles en iedereen stond, ik was er een deel van. Het verraad dat ik voelde was nooit op mij persoonlijk getriggerd, aangezien ik inzag hoe verdiept ik zat in mijzelf en mijn positie tegenover de wereld. Hierin was ik totaal de positie van de ander tegenover zichelf vergeten. 
Nee, mijn arrogantie maakte plaats voor een gevoel van nederigheid. Ik leefde niet enkel in deze wereld, ik leefde dankzij deze wereld in een constructie van mijn fantasie gemengd met de werkelijkheid. Met andere woorden, een projectie of interpretatie van de werkelijkheid. En niet ik alleen, ieder van ons. 
Ieder maakt gebruik van de realiteit als een object om daarmee zijn interpretatie van de werkelijkheid op te bouwen. Het is niet meer dan onze nederige poging om te proberen te zijn. En ik zeg proberen en niet enkel zijn, omdat het doel, wat dat ook persoonlijk wezen mag, niet behaald is. Het doel ligt ergens in de verte, velen volgen hun instict, want het doel is vaak verblindend of wel moeilijk te zien in de verte. Doch handelen, doch leven we, doch proberen we te zijn. En zolang wij handelen, zolang wij niet opgeven om te proberen te zijn, zal de wereld altijd in beweging blijven. Menschen-Liebe voel ik sterker dan ooit, ieder probeert enkel maar te creëren. Wat ik erg aandoenlijk vind, eerlijk gezegd.
Gezamelijk gebruik makend van de wereld als object voor onze eigen ondoordringbare eilandjes.

Tuesday, 30 June 2015

Contemplation During a Lonely Night


''Il y a des jours où Dieu est si loin, qu'il semble absent''
There are days where God is so far that he seems absent
-Simone de Beauvoir

Unfortunately for me He never felt present. Fortunately maybe, however that's hard to tell on days where you feel like a raindrop falling from far only to be hit by the solid cold ground.
Never have I felt more alone, than realising that growing up doesn't mean solely growing up as a child, but mentally as an adult.
God would be the father figure making sure that all goes well, that I am safe.
For now I feel like I'm an orphan of life. Nothing seems to satisfy me in the slightest. Even worse, I feel empty and joyless. Sucked and drained, but most of all I am afraid.
I barely have enough energy to enjoy anything, but just enough to spend my nights contemplating and worrying. Wasteful nights if you ask me.
Some people weren't made for human interaction, I think I'm part of them,
I never am more confronted with my loneliness and angst than in the middle of the joyful crowd.
I know that escaping and isolation are meaningless, but what else is there in life?
I believe that's indeed what we see as growing up and facing the challenges of a possibly meaningless and empty life, yet giving our all to it.
Amusing if you ask me, for I can't judge whether that's genius madness or mental madness.
Even now as I am writing I can finally sense a form of peace overwhelming me; I am safe.
It has the same cosy feeling I had when mother would hug me tightly before going to sleep, the same warmth, the same isolation inside my own little world.
Growing up is leaving the safe spot from mother's nest and moving on to sharing the bed with a dozen strangers at the off chance that one might be the one for you.
Is it bad? No of course not, for who is there to judge you and your choices?
To say what is right from wrong, to comfort you when you spend your nights crying and seeking for some kind of answer to your ignorance of life.
I sense a balance between not caring at all, very nihilistic of course and on the other side a lot of fear for the unknown. Fear for mistakes I might never forgive myself.
Indeed, there is no God to judge me, but that makes it worse because I know myself.
There where He would give me comfort and salvation, I would never forgive myself. Not because I am perfect, but because I would not be able to look myself in the eyes and see nothing but filth.
And suddenly I would lose my touch for existence, because I apparently never knew what it meant to be alive as I indeed made those mistakes.
They haven't happened yet, but this would indeed be how I would reason with myself.

Oh desperate times, lovely lonely times.
Please world, leave me at rest and I will never provoke you again. I too bear fault at being curious, but not being able to forsee and accept the consequences of my childish curiosity.
Eventhough I am very doubtful in terms of morality, I can't forgive myself for seeing the world and its people as my toys any longer.
I used to be nihilistic and an opportunist, only using the world to satisfy my own needs, but even that doesn't work as much as it should.
Therefor my subconsciousness only desires punishment of the Self.
Egocentric behaviour should be considered as a lonely act, therefor damned to a lonely existence.
And honestly, loneliness has never sounded more liberating.

Sunday, 7 June 2015

Losse Gedachtes #5: Vingers



Op deze vijf vingers
Draag ik de planeten
Met een lichte tik omlaag
Stort alles naar beneden

Desperation

Short Story


I have never experienced the horrors of prison, but had I; it wouldn't be any different from my current life. I hate my life, all of it, the slow pace, the ignorance that is floating around, overwhelming me, no, slowly eating me away, like a parasite. Every inch of me falling into oblivion and gradually being consumed by this tiny parasite that has manifested itself into the core of my soul, leaving nothing behind but emptiness.
Yes, life is hell, a never ending hell that has solely one torture in mind for me; as if it was specially selected for me. Iteration, endless, mindless, ignorant, oblivious iteration; forcing myself to wake up, forcing myself to sleep, doing my tasks in a continual cycle of life. Making myself get adjust to this mindset in life, although I can't discriminate myself from who I was and who I am now.
Yesterday was today and today will be tomorrow; always the same morning always the same evening, always the same dreadful night.
During the early morning, I stand once again in the kitchen and prepare food for a lazy bastard who can still not pronounce my name correctly. I cringe every time I hear him say my name in that deep grunting voice, that always seems to be short of breath, with a slight slur to finish it off. "Sedaf...my tea." I hear him moan from the other room. I close my eyes for a second. His groans and puffing make me lose my appetite. Sedaf, Sedaf, Sedaf. Indeed my slave name is Sedaf. My real name is Sadaf.
With a cup of tea filled with enough sugar to provide a whole chocolate factory, 2 eggs, bread, milk and cheese I am sit next to him. He attacks his food like a foul pig, stuffing all the ingredients in his mouth at once, turning and twisting it with excessive saliva and washing it all away with his tea. I smile tenderly at him and stroke my hair to one side. "Sweetheart, should I bring you something else? A piece of extra bread.. coffee? Perhaps a little bit more, to stuff your tummy t?" You piece of garbage.
He looks at me with empty eyes and mindlessly shakes his head. Then he takes a look at me from top to bottom. I might as well be naked by the way he looks "You ain't eating?" and I shake my head. "I..." Before I can say more, the television is turned on with the sound blasting loudly an indication for me to be quiet and leave.

Good.

I go off to the kitchen. I have accepted it. No, there is indeed no escaping from this prison. Denial is pointless. I will live here, die here and rot here. For me this home is my state and that man, whom I call ‘husband’, is my master, father, mother and brother, all at once and much more. I adore him. Yes, I love him. I love him.
Whenever I feel I have the privilege to contemplate my existence, I remind myself there is no place in my life for happiness or sadness.
Only survival.
At those rare moments I do contemplate I tell myself:
"My dear sweetheart, does it even matter whether it is you touching yourself in the shower, with the thoughts of a stranger in your head, or the forceful penetration of your husband?"
Those times, I tell myself, when the light of my cigarette is the only thing illuminating the room:
"My dear, my love, it is all the same."
And yes, that is indeed the only explanation I can give myself.
Whether it's the pain of the mind caused by a love one without her intention or the pain of the devil, who awaits to punish me some more every night,
I can see nothing, but the darkness of inner core my mind, bouncing back to me from the others due to my impure thoughts and acts.
And for some reason, even the enjoyment of this cigarette disappears and it becomes as foul and bitter as my mind.
"The better", I sigh and I inhale deeply, as tears drip from my cheeks.

Lucky for me the sound of the TV is loud enough for him to not hear me hit my head against the wall.